| Handicap-punten in bridge? |
| zaterdag 13 maart 2010 07:00 |
|
Beste Peter en Ed, Bij voorbaat dank, Antwoord Ed Hoogenkamp (Zuid) Beste Mieke, Beste Ed, 0-1 - 15-15 24-26 - 23- 7 (Ed weer:) het komt er dus op neer dat als je korte wedstrijden speelt, je bovenstaande schaal gebruikt en 1,5 IMP handicap per speler geeft ten opzicht van de 'ijkklasse'. In dit geval Hoofdklasse, maar dat kan op de club bv de A-lijn zijn. Verder dook Frank nog iets op hoe ze het deden bij langere wedstrijden: dan krijgt elke speler 3 IMP handicap ten opzichte van de 'ijk-klasse'. Ik hoop dat je hier iets mee kunt. Alternatieve handicap: Peter opstellen in het sterker geachte team. De andere drie spelers moeten nu écht hun best doen om nog te winnen. Un saludo desde Barcelona
Antwoord Peter van der Linden (Noord) Beste Mieke, Het gebruiken van handicaps lijkt me een uitstekend idee. Dat bevordert het ontmoeten van elkaar op een club (en wie weet, zelfs in competities, als ook daar handicaps worden ingevoerd). Ik heb echter wel mijn bedenkingen tegenover de hierboven genoemde getallen. Dat lijkt me nattevingerwerk en daar houden bridgers niet van, zo kan het contraproductief werken. Ik wil stilstaan bij twee punten. Hoewel jij de handicap invoert om viertallen te promoten (goed werk trouwens!), neem ik in mijn voorstellen 'parenwedstrijden' mee. 1. De grootte van de handicap als functie van het aantal spellen. Ik vind het vreemd bij 6-9 spellen eenzelfde handicap te geven. Je 'nadeel' is per spel immers steeds even groot. Daarom zou je de handicap per spel moeten vaststellen − althans bij IMP-telling (viertallen, Butler). Bij een uitslag in procenten (parenwedstrijd, MP-telling, omgerekend in procenten) hoeft dat niet, de handicap in procenten is dan onafhankelijk van het aantal spellen. Vervelend is wel dat je totaal niet op 50% gemiddeld per paar komt; dat is wel op te lossen maar dan wordt het wel weer ingewikkelder. 2. Maar ook een handicap per spel is onbevredigend als die is vastgesteld met de natte vinger. Mijn voorstel zou daarom zijn de handicap te berekenen uit werkelijk behaalde scores. Een voorbeeld: stel dat aan een wedstrijd A- en B- paren meedoen. Reken de wedstrijd gewoon uit, zonder handicaps vooralsnog. Reken vervolgens de gemiddelde score uit per A-paar en per B-paar. Stel die zijn in een parenwedstrijd (MP-telling, omgezet in procenten): 54,3% en 48,2% (er zijn hier dus meer B-paren; de som is alleen precies 100% als er evenveel A en B-paren zijn!). De handicap is dan 54,3% − 48,2% = 6,1%. In een Butlerwedstrijd (parenranglijst, IMP-telling), doe je iets soortgelijks, je krijgt dan een handicap in IMP. Spelen er paren mee die bestaan uit een A- en een B-speler, dan moet je daar bij de handicapberekening rekening mee houden. Zo'n paar telt dan voor een half paar mee bij de berekening van de gemiddelde score van de A-paren én die van de B-paren. Bij viertallen moet je dan zelfs mogelijk met kwarten rekenen! Een hoop gereken dus. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn als iemand hier software voor wil maken. Een pc rekent iets sneller dan Ed Hoogenkamp, meen ik. Zo lang die software er nog niet is, kun je, om lang wachten op de uitslag te voorkomen, de handicap berekenen uit de vorige wedstrijd (of het gemiddelde van de vorige drie). Bij een uitslag in procenten (dus omgerekend uit MP, parenwedstrijd) geeft dat geen complicaties. Bij IMP-telling (Butler/viertallen) wél: het aantal spellen gaat een rol spelen. Stel namelijk dat je vorige week 21 spellen hebt gespeeld en op een handicap van totaal 27,2 IMP komt, dan kun je die 27,2 niet gebruiken als je nu 24 spellen speelt. Je moet dan een handicap van 24/21 × 27,2 = 31,1 gebruiken. Tot slot: misschien is het ook te verdedigen als handicap niet een bij te tellen/af te trekken getal te gebruiken maar een factor − althans bij een uitslag in procenten. In ons eerdere voorbeeld: A-paren scoren gemiddeld 54,3% en B-paren gemiddeld 48,2%. De correctie van de B-scores is dan: werkelijk behaalde score (in %) × 54,3/48,2 Ik vind het moeilijk te beoordelen wat beter is: een percentage bijtellen of deze factorvermenigvuldiging. De laatste helpt vooral de hoger scorende B-paren. Maar misschien is dat wel juist. Ik zie ook niet zo gauw hoe je zo'n 'factorhandicap' bij IMP-telling zou kunnen gebruiken, je komt in de knoop met negatieve IMP-scores. O ja: ik zou nooit voorstellen Ed in het sterker geachte team op te stellen bij wijze van handicap. Dat is de duivel uitdrijven met Beëlzebub. En hils fra Orkanger Reactie Martin Sinot (west) Beste Ed & Peter, Ik heb hier een bijdrage voor het handicapviertallen. Bij onze club gebruiken we het volgende mechanisme: we houden eerst een Butlercompetitie. Dat levert een rangorde op, waarbij alle groepen achter elkaar geplaatst worden. De rangen van de paren in een viertal worden dan bij elkaar geteld, en het totaal van het sterkste viertal (met de kleinste som) wordt van iedereen afgetrokken, zodat het sterkste viertal een handicap nul krijgt. Tot slot delen we dat getal door twee (voor een wedstrijd van twaalf spellen), waarbij alles achter de komma wordt afgeknipt. Het resulterende getal is het aantal IMPs dat ieder viertal in de wij-kolom mag noteren bij iedere wedstrijd. Als dan bijvoorbeeld een team met handicap 5 tegen een team met handicap 14 speelt, is het netto effect een 9 IMP voorsprong voor het team met de hoogste handicap. Paren die niet aan de Butlercompetitie hebben meegedaan krijgen een geschatte rangorde op basis van resultaten in het verleden. Dit mechanisme werkt redelijk goed. Het is gebaseerd op redelijk recente gegevens. Het is ook vrij gemakkelijk aan te passen aan andere aantallen spellen: deel niet door twee, maar door een kleiner getal (voor meer spellen) of een groter getal (voor minder spellen). Groetjes -- Martin Sinot |


