Home | Topbridgers | Nederlandse topbridgers aan het woord (2): Tim Verbeek
Nederlandse topbridgers aan het woord (2): Tim Verbeek
zondag 04 april 2010 07:00

In deze rubriek leggen we een vast vragenlijstje voor aan Nederlandse topspelers. Deze mini-interviewtjes zijn te vinden onder de knop 'Topbridgers'.
Mist u een vraag in ons standaardlijstje? Meld het ons en wie weet nemen we uw vraag erin op.

Deze maand, Tim Verbeek, een van de nieuwe columnisten van Bridgevaria.

  
 Naam:  Willem Christiaan Verbeek (Tim) 
 Geboortejaar: 1985
 Gehuwd met: niemand
 Aantal kinderen met leeftijden:

 —

 Opleiding: Universitaire bachelor
 Beroep: Master student
 Hobby’s buiten bridge:  politiek, filosofie
 Wanneer heb je leren bridgen:  1995
 Hoe (en van wie) heb je leren bridgen:  Thuis van mijn vader
 Palmares (belangrijkste prestaties):

- WK jeugdparen 2009 
- MK paren 2009
- ONPK 2007

 Eerdere partners: - Rien Verbeek
- Danny Molenaar
 Huidige partner: Bob Drijver
 Ambitie op bridgegebied: Wereldkampioen worden

De populatie bridgers vergrijst snel. Bridge is volgens sommigen ten dode opgeschreven. De meeste ‘nieuwe’ bridgers leren het spel op latere leeftijd. Op zich zou dat geen probleem zijn als er ook voldoende aanwas van jongeren was. Maar die is er niet.
De ‘leertijd’ van bridge is namelijk te lang voor ongeduldige jongeren, die gewend zijn aan 'instant satisfaction'. Een tiener leert een pc-spel in een half uurtje en na hoogstens een paar dagen kan hij volop meedoen aan competities. Minibridge leren kost veel meer tijd, om van echt bridge maar te zwijgen (het duurt jaren voor je mee kunt doen op een club).
Niettemin slagen enthousiaste jeugdbridgeleraren erin redelijke aantallen kinderen aan het minibridgen en later aan het echt bridgen te krijgen. Het probleem is echter dat ze als oudere tieners dan wel jongvolwassenen afhaken.

Onze vraag: hoe kan de instroom van het aantal nieuwe jonge bridgers vergroot worden?

Zelf doe ik veel voor de jeugd. Laatst heb ik samen met Rob Donkersloot en Kees Tammens een beloftentraining opgezet om de kinderen van 10-15 die ambitieus zijn te trainen.
Vroeger lukte het je alleen maar goed te worden in bridge als je ouders of een goede kennis had die je naar de top konden helpen. Kijk maar eens naar Bob Drijver (vader en broers bridgen), Marion Michielsen (vader bridget), Jacco Hop (ouders bridgen) en Danny Molenaar (moeder bridget).
Kinderen die niet zulke ouders hebben, kwamen bij de aspiranten veel te veel te kort. Ze werden daar ingemaakt en dat is gewoon niet leuk (weet ik uit ervaring). Daarna haken ze af.
Ik denk dat als je alle jeugdbridgers dezelfde opties geeft — zoals een kind dat bij de F-jes begint bij voetbal — ze dan langer blijven hangen en dat we niet afhankelijk zijn van bridge dat doorgegeven wordt bij families.

Mijn favoriete spel (Verbeek kreeg de IBM Award voor zijn afspel, de beschrijving is gedeeltelijk afkomstig uit het juryrapport, -Red. Bridgevaria):

W/NZ10 
 B 6 2
A H 10 9 6 3
H 7 2
8 5 3windroosA V 9
H 9V 8 5
V 8 5B 7 4 2
A 10 8 6 5V B 3
 H B 7 6 4 2 
A 10 7 4 3
9 4

WestNoordOostZuid
Bob DrijverHeeresGroenenboomVerbeek
pas21pas2
pas3pas3
pas4paspas
pas   

1 Natuurlijk, zeskaart, 9-11

Het bereikte contract is vlijmscherp met ten minste vijf mogelijke verliezers. West kwam uit met A en vervolgde met klaveren voor H, zodat het verlies in klaveren tot één slag beperkt bleef. Toch leek de zaak vrijwel hopeloos, want zowel in schoppen als in de troefkleur harten mocht de leider slechts één slag verliezen. Heel logisch ging Verbeek in de derde slag op de bijkleur, schoppen, af, want die kleur moest hij zeker vrijspelen of troeven.
Oost nam met A en speelde V. Zuid moest troeven, incasseerde H en troefde een schoppen op tafel, waarop beide tegenstanders bekenden. Mooi, de schoppenkleur 3-3, maar hoe verder?

W/NZ 
 B 6
A H 10 9 6
windroos
H 9V 8 5
V 8 5B 7 4 2
10 8
 B 7 6  
A 10 7 4

Verbeek zag in dat ook het incasseren van de hoge ruitens daarna tot overtroefgevaar in die kleur zou leiden.
Maar omdat de schoppens vrij waren, had hij de hoge ruitens helemaal niet nodig. Hij moest de troeven trekken en daarbij maar één slag verliezen. Hij miste 98, dus B van tafel spelen was, aangenomen dat OW goed tegenspelen, vrijwel zinloos: oost dekt van honneur-tweede en duikt van honneur-derde.
Daarom moest hij hopen op honneur-tweede bij west, zijn enige redelijke kans. Hij moest dus met troef uit zijn hand beginnen. Hij speelde dan ook een kleine ruiten van tafel, die hij laag troefde. Vervolgens speelde hij zijn laatste kleine harten uit de hand. Inderdaad stapte west op met H, waarop Verbeek in de dummy zeer zorgvuldig B deblokkeerde.
Maar west had geen zin mee te werken aan zuids plannen. Hij zag in dat OW de downslag alleen in troef moesten zoeken en speelde dus heel goed klaveren in de dubbele renonce in deze situatie:

W/NZ 
 6
A H 10 9
windroos
9V 8
V 8B 7 4
10 8
 B 7 6  
A 10

(Als west harten of ruiten had nagespeeld, had zuid troef kunnen trekken en de schoppens incasseren.)
Verbeek moest de nagespeelde klaveren wel in noord troeven. Overtroeven hielp oost niet en hij deed daarom een ruiten weg. De leider incasseerde nu dummy's A en H, waarop OW beiden tandenknarsend moesten bekennen. De laatste twee slagen waren voor zuid met A10 achter oosts V8, een Troefcoup!
Contract gemaakt en dikke winst, want aan de andere tafel gingen NZ één down in 2.

De leider had het troeven van de derde schoppen en het spelen van de kleine harten uit de hand kunnen verwisselen, dat maakt weinig verschil.
Het deblokkeren van B was nodig. Als noord klakkeloos 6 bijspeelt op H, vervolgt west ruiten voor A. Zuid kan dan, door de blokkade, de troeven niet halen: hij speelt B, die de slag houdt. Na H volgt in de twaalfde slag 10, oost B. Als zuid troeft (met A!), maakt oost V.

Na de logische uitkomst van A is er maar één dodelijke nakomst, maar die zouden de meeste spelers nooit overwegen, namelijk H. Nu west die, begrijpelijk, niet vond, waren OW verder machteloos.

Tot slot, als je nog iets van het hart moet, over wat dan ook, vertel het ons:
Bij veel sporten vinden mensen het leuk te kijken hoe de 'goeien' het doen. En om eens tegen een goeie te mogen spelen wordt als een hele eer gezien.
Als ik bij bridge kijk, zie ik maar weinig toeschouwers. Onze nationale competities en toernooien, waar ‘toppers’ op afkomen, worden over het algemeen slecht bezocht.
Bij een kroegentocht daarentegen, zijn er heel veel deelnemende paren en over het algemeen wordt daar de komst van ‘toppers’ niet op prijs gesteld. Kan iemand mij vertellen hoe dat komt?

 

Aanraders

Heeft u vragen over bridge?
Stel ze in onze vragenrubriek NZ. U krijgt meteen antwoord van Ed. Ook voor arbitragevragen!
bridge boeken, bridgematerialen, bridgecadeaus