|

Humor is wat mij betreft een onmisbaar onderdeel van bridge. Als ik niet af en toe dubbel lig van het lachen, is er wat mij betreft iets mis in het spel. Onderstaand groot slem is zo'n dijenkletser. Het is afkomstig van het Engelse Mixed Teams kampioenschap 1956 en de zuidspeelster blunderde. Haar blunder leverde haar echter op een ongelofelijke wijze een groot slem op, dat ze anders vrij zeker niet had gemaakt.
| Z/Allen | ♠ | H 7 6 4
| | | | ♥ | 10 8 3
| | ♦ | A B 2
| | ♣ | A V 3
| | | |  | | | | | | | | | | ♠ | A 8 3
| | | ♥ | A H V 9 7
| | ♦ | H V 7 6 4
| | ♣ | —
|
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| — | — | — | 2♥1 | | pas | 3♥2 | pas | 4SA3 | pas
| 5♥4 | pas
| 5SA5 | pas
| 6♦6 | pas
| 7♥
| pas
| pas
| pas
| |
1 Sterk 2 Sleminvite (sterker dan direct 4♥; Principle of Slow Arrival) 3 Blackwood 4 Twee azen 5 Heren vragen 6 Eén heer
Niet best, dat azen vragen van zuid. Wat had ze gedaan als noord één aas had aangegeven? Ze bofte dat noord er twee had. Zuid bood niet alleen slecht, ze speelde ook ietwat — laat ik zeggen — vreemd af. Haar naam werd daarom niet genoemd. Ik heb het vaker in mijn columns geschreven: veel bridgejournalisten zijn helaas te laf om blunderende bridgers bij naam te noemen; dit om de betreffende speler te vriend te houden.
Maar goed, west startte met ♠2. Het contract was dicht tenzij west ♥B-vierde of -vijfde had of de ruitenkleur 5-0 zat. Aan ♥B-vierde of -vijfde bij west was niets te doen. Als de ruitenkleur 5-0 zat, kon zuid zuid haar contract meestal wel maken door een dwangpositie (er waren er verscheidene mogelijk, lees de voetnoot bij * — alleen voor liefhebbers van uitgebreide analyses!). Ze nam met ♠H in dummy (voor de liefhebbers: dat was niet goed, zie *) en oost droeg ♠9 bij. Vervolgens sloeg ze ♥AH en zag OW bekennen. Toen gebeurde het: ze liet de laatste troef zitten en speelde ♦A. West bekende niet maar troefde ook niet! De leider incasseerde de overige drie hoge ruitens en troefde de vijfde in dummy. Oost, die naast vijf ruitens kennelijk de derde troef had, bekende knarsetandend. Vervolgens incasseerde de leider ♣A (waarop ze haar schoppenverliezer weggooide) en toen ze schoppen uit dummy naar haar ♠A speelde, werd oosts knarsetanden nog luider want ook deze slag moest hij bekennen (met ♠B). Toen pas trok de leider, die alleen nog ♥V97 had, met ♥V oosts laatste troef. Voor ik uitleg waarom zuid zo krankzinnig afspeelde, kijken we eerst even naar het hele spel: | Z/Allen | ♠ | H 7 6 4
| | | | ♥ | 10 8 3
| | ♦ | A B 2
| | ♣ | A V 3
| | ♠ | V 10 5 2
|  | ♠ | B 9
| | ♥ | 5 4
| ♥ | B 6 2
| | ♦ | — | ♦ | 10 9 8 5 3
| | ♣ | H B 8 7 6 4 2
| ♣ | 10 9 5
| | | ♠ | A 8 3
| | | ♥ | A H V 9 7
| | ♦ | H V 7 6 4
| | ♣ | —
|
Bejaarde, oplettende lezers hebben het misschien al begrepen: zuid had na ♥AH geclaimd! Oost ging daar natuurlijk niet mee akkoord en volgens de toenmalige regels (ter herinnering: het spel stamt uit 1956) mocht de leider na de onterechte claim geen troef meer trekken zolang de tegenpartij er nog een had. Ze kón dus alleen dit krankzinnige, maar wel winnende speelplan kiezen. Ik vraag me af of zuid na afloop heeft opgemerkt: 'Ik zei toch dat de rest voort mij was!'
PS: Een weldenkende maar niet-briljante en niet-claimende leider had na ♥AH gewoon de derde troef getrokken en daarna eerst ♠A (als de leider de start in de hand had genomen, was deze deblokkade onnodig geweest) en dan ♦A gespeeld, je weet immers maar nooit. Nu die kleur 5-0 zit — anders had hij natuurlijk wél kunnen claimen — zou hij op de schoppenkleur 3-3 hebben gehoopt: ♣A (zuid schoppen weg), schoppen getroefd, waarna ♦B nog een entree voor de hopelijk vrije dertiende schoppen was geweest, waarop zuids ruitenverliezer had weggekund. Dat plan had niet gewerkt (er zijn, als gezegd, betere kansen, namelijk dwangposities, zie *).
* Voor de liefhebbers, dit zijn de mogelijke dwangposities: A. Een ruiten-klaverendwang als één tegenstander de vijf ruitens en ♣H heeft. B. Een ruiten-schoppendwang als één tegenstander de vijf ruitens en vier (of vijf) schoppens heeft. C. Een schoppen-klaverendwang tegen west als hij vier (of vijf) schoppens en ♣H heeft. (Tegen oost lukt deze dwang niet wegens de schoppenstart: als de leider in de hand neemt, zit op het cruciale moment dummy's ♠H in de weg; als de leider de start in dummy neemt, is er geen entree bij ♣V, dummy's dreiging). D. Een driekleurendwang als één tegenstander de vijf ruitens, ♣H en vier (of meer) schoppens heeft. (Een dubbele dwang met schoppen als spilkleur — als die kleur 3-3 zit, oost vijf ruitens en west ♣H heeft — lukt niet omdat de leider daarvoor tijdig vier ruitens moet incasseren en daarna of in noord of in zuid een entree tekort komt, afhankelijk van waar hij de start genomen heeft).
Zuid begint met ♠A, ♥AHV (we nemen even aan dat er drie ronden troef nodig zijn; als oost ♥B-vierde heeft, wordt het wat ingewikkelder maar niet wezenlijk anders) en ♦A, waarop het 5-0 zitsel blijkt (anders is er geen probleem). Er komen nu twee speelwijzen in aanmerking: Speelwijze 1. ♠H en ♣A (zuid ♠8 weg), zuid troeft dan ♠6. Als de schoppenkleur 3-3 zit, is zuid thuis. Zo niet, dan speelt hij ook de laatste troef (noord ♣3 weg) en ruiten naar ♦B. Noord is aan slag en ieder heeft nog drie kaarten: zuid ♦HV7; noord ♠7 ♦2 ♣V. - Als één tegenstander de vijf ruitens en ♣H had (A), is hij in dwang geweest: hij kan nu niet én drie ruitens én ♣H over hebben. - Als één tegenstander de vijf ruitens en vier (of vijf ) schoppens had (B), is hij in dwang geweest, want hij kan nu niet én drie ruitens én een schoppen over hebben. Zuid weet (opletten!) of dummy's ♠7 vrij is dan wel dummy's ♣V hoog is (♣H is dan verschenen). Zo niet, dan maakt hij nog drie ruitens. Voor speelwijze 1 maakt het niet uit in welke hand de leider de start neemt; hij incasseert immers tijdig beide hoge schoppens. Als hij de start in dummy heeft genomen; steekt hij na de troeven naar ♦A over. Speelwijze 2. ♣A (zuid ♠3 weg), ♦B, ♦H en de laatste twee troeven. Zuid is aan slag en ieder heeft nog drie kaarten: zuid ♠8 ♦V6; noord ♠H7 ♣V. Zuid incasseert nu ♦V. - Als één tegenstander de de vijf ruitens en vier (of vijf) schoppens had (B), is hij in dwang geweest, want hij kan nu niet én twee ruitens én twee schoppens over hebben. De leider gooit op ♦V in dummy ♣V af (tenzij west in deze slag ♣H afgooit natuurlijk, hij zat dan kennelijk in de schoppen-klaverendwang, C, lees direct hierna). Als de tegenstander met de vijf ruitens er één heeft laten gaan, maakt de leider nu ♦6 en dummy's ♠H. Zo niet, dan speelt hij ♠8 en maakt dummy's ♠H7. - Als west vier (of vijf) schoppens en ♣H had (C), zit hij op ♦V in dwang, want hij kan na deze slag niet én twee schoppens én ♣H over hebben. Als hij ♣H afgooit, verdwijnt in noord ♠7, zuid speelt dan ♠8 en dummy maakt ♠H en ♣V. Zo niet, dan verdwijnt in dummy ♣V; zuid speelt ♠8 en dummy maakt ♠H7. Voor speelwijze 2 is het dus essentieel dat de leider de start in de hand neemt. Bij speelwijze 2 kan de leider niet profiteren van een eventueel 3-3 zitsel in schoppen omdat hij die kleur niet eerst kan testen.
Beide speelwijzen winnen bij B en D (de driekleurendwang mee), dus daarin verschillen ze niet. Speelwijze 1 wint bij A, speelwijze 2 bij C. Wat is kansrijker: A (een tegenstander heeft de vijf ruitens en ♣H) of C (west heeft vier of vijf schoppens en ♣H; oost heeft dan de ruitens, want met de driekleurendwang is al rekening gehouden)? Stop, dat is niet de goede denkwijze. De leider weet immers wie de vijfkaart ruiten heeft want hij heeft ♦A opgeraapt! Als west de vijfkaart ruiten heeft, is speelwijze 2 zinloos. Die is immers alleen nodig als west de vier(vijf)kaart schoppen én ♣H heeft. Omdat hij ook de vijfkaart ruiten heeft, werkt de driekleurendwang dan vanzelf, en die wordt door speelwijze 1 ook meegenomen. Speelwijze 1 biedt dan dus meer kans, namelijk dat west naast de vijf ruitens wel ♣H maar niet vier (vijf) schoppens heeft (A). Als oost de vijfkaart ruiten heeft, maakt dat de kans op vier of vijf schoppens en ♣H bij west (C) relatief groot en kan de leider vermoedelijk het beste speelwijze 2 kiezen (zelfs al geeft die speelwijze de kans op een 3-3 zitsel in schoppen op). Dit is het praktijkzitsel en speelwijze 2 was inderdaad winnend geweest (speelwijze 1 was verliezend geweest).
Tot slot: toen in de praktijk de leider de start in dummy nam, maakte ze speelwijze 2 onmogelijk, vóórdat ze wist wie de vijfkaart ruiten had. Ze had beide opties open moeten houden door in de hand te nemen. Omdat speelwijze 2 winnend was geweest (en de schoppenkleur niet 3-3- zat, dat eenvoudige speelplan werkte dus ook niet), was ze in feite down... ware het niet dat de driekaart troef bij de vijfkaart ruiten zat waardoor haar gedwongen krankzinnige speelwijze succes had. Maar ja, gezien haar claim had ze zich geen moment met een 5-0 zitsel in ruiten beziggehouden... |