|
De fameuze Engelse topspeler en bridge-auteur Terence Reese (1913-1996) schreef ooit over kiebitzers (toeschouwers bij een bridgewedstrijd) dat ze vaak reageerden op goed afspel van de leider alsof hij een tovenaar was. Met name kiebitzers die zelf onervaren spelers zijn, schijnen te denken dat topspelers meteen na het bieden precies weten hoe de kaarten verdeeld zijn. Dat is natuurlijk niet zo. Goede spelers verzamelen informatie en bouwen daarmee gaandeweg een zo goed mogelijk beeld van het spel op. Ze zijn daar domweg beter (en ook sneller) in dan minder goede spelers. Met name omdat ze de tegenspelstrategie en het afgooien van de tegenpartij meenemen in hun beeld van het spel. Daarna is het een kwestie van techniek en hoppa... alweer een stukje magie geproduceerd. Minder goede spelers missen zulke 'zachte' informatie, zij komen niet verder dan 'harde' informatie, zoals 'west bekent de tweede schoppen niet, dus oost heeft er vier' of 'voor zijn opening moet west ♦A hebben'. In onderstaand spel volgen we de gedachtengang van de leider als hij - schijnbaar - een staaltje tovenarij laat zien. Hij wordt daarbij wel geholpen (!) door het feit dat ook de tegenpartij eersteklas is.
| W/OW | ♠ | 8 5 3 2
| | | | ♥ | V 7 4 3 | | ♦ | B 6
| | ♣ | H 8 6 | | | |  | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | ♠ | 10 7 6 | | | ♥ | A H B 10 5
| | ♦ | H 2
| | ♣ | A B 5
|
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| 1♦ | pas
| pas
| doublet
| pas
| 1♠1 | pas
| 2♥2 | | pas | 3♥ | pas
| pas | | pas | | | |
1 Noord biedt niet eerst harten, wat gewoon lijkt, omdat hij anticipeert op een tweede bod. Stel dat OW nog iets bieden (zeg 2♦) en zuid past. Noord kan dan nog 2♥ bieden. Deze serie belooft in dit specifieke geval dus geen 5-4. Als noord 'gewoon' met 1♥ begint, kan hij later geen schoppen meer bieden zonder het risico te lopen te hoog te komen. (Uiteraard is hij te zwak voor een cuebid van 2♦). 2 Zuids biedserie 'eerst doubleren en na partners antwoord een eigen kleur (of sans atout) bieden' zou 18 punten of meer beloven als hij direct achter de openaar had gezeten. In de vierde hand, zoals hier, minder, laten we zeggen vanaf (14)15 punten. Dit omdat alle biedingen in de vierde hand zwakker kunnen zijn dan in de tweede (zo volgen we in de vierde hand soms al vanaf een punt of zes en met een slechte vijfkaart).
Het contract is te hoog (met name door de duplicatie in ruiten; misschien had zuid met 1♥ in plaats van doublet kunnen volstaan gezien die vaak ongunstige ♦H voor de ruitenopenaar). Maar goed ook, anders zou zuid niet zo goed hoeven af te spelen! West komt uit met ♠A en oost gooit ♠V bij (vrouw-boerconventie: 'ik heb ook ♠B'). West vervolgt met ♠H en ♠4, oost maakt ♠B. Dummy's vierde schoppen is dus vrij. Oost vervolgt na enig nadenken met ♥2. Zuid is drie slagen kwijt en gaat minstens nog een ruiten verliezen (er kan er één weg op de vrije schoppen). Hij mag dus geen klaverenslag verliezen. Hoe verder? Eerst de 'harde' informatie: nu oost ♠VB heeft laten zien, kan hij ♦A niet meer hebben (hij heeft gepast op wests 1♦-opening). ♣V kan hij nog wel hebben (nét). Gewone spelers komen niet verder. Zij trekken troef, gooien dan een ruiten weg op de vrije harten en snijden op ♣V over oost. Een 'tovenaar' piekert niet over die snit, die mislukt zeker. Waarom? Omdat oost geen ruiten heeft nagespeeld! Dat leggen we uit. Allereerst: oost heeft geen troef nagespeeld om ruitenintroevers te voorkomen: hij kan zien dat zuid, met minstens acht kaarten in de hoge kleuren en zeker ♣A, hoogstens een ruiten hoeft te troeven en dat is toch niet te voorkomen. Waarom speelde oost dan troef en geen ruiten? Stel eens dát oost ♣V zou hebben, er zijn dan vijf punten bij hem bekend. Meer kan niet, dus west heeft dan ♦AV. Oost weet dat west niet ♦AH heeft, daarmee was hij uitgekomen in plaats van noords schoppen hoog te maken. In oosts opinie zou west dan dus ♦HV of ♦AV moeten hebben. In beide gevallen was ruitennaspel opgelegd geweest. Nu oost geen ruiten naspeelt, kan dat alleen betekenen dat hij ziet dat dat een slag kan kosten. Hij heeft dus ♦V! En west heeft dan ♣V. Geen klaverensnit dus. Moet zuid dan ♣AH slaan in de hoop dat ♣V bij west tweede of sec valt? De tovenaar redeneert verder: nu oost vijf punten heeft, kan hij geen vier ruitens hebben, dan had hij in tweede instantie (na noords 1♠-bod) wel gesteund met 2♦. Anderzijds kan west geen zevenkaart ruiten hebben, daarmee had hij wel 2♦ geboden na zuids doublet. Dat laat maar één ruitenverdeling over bij OW: west heeft ♦A-zesde en oost ♦V-derde. De verdeling in ruiten en schoppen is nu bekend. Tijd voor actie: de leider neemt met ♥A (west ♥6) en speelt een harten naar ♥V. West gooit een ruiten af! Het beeld is nu compleet: west heeft 3-1-6-3, ♣V gaat niet vallen: | W/OW | ♠ | 8 5 3 2
| | | | ♥ | V 7 4 3 | | ♦ | B 6
| | ♣ | H 8 6 | | ♠ | A H 4
|  | ♠ | V B 9
| | ♥ | 6
| ♥ | 9 8 2 | | ♦ | A 9 7 5 4 3
| ♦ | V 10 8
| | ♣ | V 10 7
| ♣ | 9 4 3 2
| | | ♠ | 10 7 6 | | | ♥ | A H B 10 5
| | ♦ | H 2
| | ♣ | A B 5
|
Maar dat geeft niet. Voor dit zitsel bestaat een technische oplossing. De leider incasseert alle troeven en gaat dan naar ♣H. Stel dat west op de tweede tot en met vijfde troef vier ruitens heeft afgegooid, wat logisch is. De situatie is dan: | W/OW | ♠ | 8
| | | | ♥ | -
| | ♦ | B 6
| | ♣ | 8 | | ♠ | -
|  | ♠ | -
| | ♥ | -
| ♥ | -
| | ♦ | A 9 | ♦ | V 10 | | ♣ | V 10 | ♣ | 9 4 | | | ♠ | -
| | | ♥ | -
| | ♦ | H 2
| | ♣ | A B |
Nu volgt ♠8 waarop in zuid ♦2 verdwijnt (oost doet niet meer mee). West is machteloos: als hij ♦9 wegdoet, volgt er ruiten uit de dummy voor zijn aas en speelt hij in de klaverenvork. Gooit hij een klaveren af, dan raapt zuid twee klaverenslagen op. Anders afgooien had west niet geholpen omdat zuid wests verdeling precies kent en dus weet of en wanneer west ♦A of ♣V sec zet. Tovenarij? Welnee, harde en zachte informatie verzamelen en je speelfiguren kennen! (Deze heet een strip squeeze.) |