Home | Peter van der Linden | Over LJ's en frustraties (3, slot)
Over LJ's en frustraties (3, slot)
zondag 12 december 2010 07:00

Peter van der     Linden

In het eerste (misleidende speelwijzen in bridge -1) en tweede deel (misleidende speelwijzen in bridge -2) van deze serie hebben we de Linke Jongen (LJ) leren kennen, een tegenstander die ons geregeld pijnlijk voor schut zet met misleidende speelwijzen. Hij maakt ons daarmee onzeker en ontwikkelt zich tot een Angstgegner.
Soms kunnen we zo'n LJ ontmaskeren, maar vaak dwingt hij ons te kiezen tussen het werkelijke en het door hem voorgespiegelde zitsel. En wie moet kiezen, kiest vaak fout.
If you can't beat them, join them: we moeten dus zelf een LJ worden!
Een ervaren LJ heeft geen moeite met het onderstaande tegenspel uit een parenwedstrijd (dus MP-telling: overslagen zijn van levensbelang):

 

N/Allen
A H V 9
 
 B 7 6 4
A V 6
H V
8 7 6 3
windroos  
V 10 3
  
H
  
B 10 9 8 6
  

WestNoordOostZuid
11pas1SA2
pas23pas24
pas3SApaspas
pas
   

1 Sterk (minstens 16 punten), conventioneel (Precisie)
2 8-10 (tegenover minstens 16 punten dus mancheforcing), evenwichtig
3 Stayman

West komt uit met B voor dummy's V; oost 2 (afsignaal), zuid 3.
De leider vervolgt met 4 uit dummy, oost 2 en zuid 8. West neemt en speelt na...?

Oké, dat was flauw. Het gaat niet om het naspel, het gaat erom waarmee west de slag heeft genomen. LJ's weten dat het vaak loont en verrassend zelden een slag kost om met een onnodig hoge kaart te nemen. Ook al ziet hij op dat moment niet direct waarom. Hier neemt een LJ-west dus zonder erover te piekeren met V en speelt passief klaveren na.
De reden voor dat passieve naspel is dat het in dit spel gaat om overslagen beperken (NZ hebben 29-31 punten samen). West ziet dat het spel zeer gunstig voor de leider zit: die gaat zeker vier schoppenslagen maken en ook in ruiten maakt hij vermoedelijk veel slagen. Maar waarom speelde de leider dan harten? Omdat hij nog niet weet dat het spel zo gunstig zit. Hij probeert een of meer hartenslagen te ontwikkelen. Een kleine harten naar 8 kan alleen betekenen dat hij A- of H-derde heeft (hij heeft A, dus hij kan niet A én H hebben; trouwens, met AH8 had hij de kleur 'van boven' gespeeld). Als hij ook 9 heeft, heeft hij op 10 gesneden. West heeft er alle belang bij de leider te laten denken dat die snit gelukt is, namelijk als de leider H98 heeft!

N/Allen
A H V 9
 
 B 7 6 4
A V 6
H V
8 7 6 3
windroosB 5
V 10 3
A 5 2
H
10 8 7 5 3
B 10 9 8 6
5 4 2
 10 4 2
 
H 9 8
B 9 4 2
A 7 3

Na het beschreven begin — B voor V, 4 naar 8 voor V (!), klaveren voor H —  zal de leider vrij zeker de snit op 10 herhalen, hij ontwikkelt zo immers 'zeker' twee hartenslagen. West neemt nu wél met 10 en deelt de genadeklap uit: hij speelt harten na (dat moet nu meteen!) voor oosts gehoopte* A. Meer dan drie slagen zijn er voor OW echt niet te halen. Wests beloning is een scorekaart vol 660- en 690-jes voor NZ.
(* Als oost H-derde en zuid A-derde heeft, maakt het allemaal helaas niet uit: OW halen dan gewoon een middenscore.)

Kijk nu eens wat er gebeurt als west de tweede slag gewoon met 10 neemt. Weer in dummy aan slag met klaveren, zal de leider dan harten naar H spelen, hij heeft immers geen keus. Daarna maakt hij tot zijn eigen verbazing de rest (speel maar na: vier ruitens — hij is nu immers eindelijk in de hand voor de ruitensnit —, vier schoppens, een harten en drie klaveren) voor +690 (twaalf slagen). In dat geval zou oost dus maar beter de tweede hartenslag kunnen nemen...

Natuurlijk kan west dit niet allemaal voorzien. Maar een echte LJ weet dat het nemen van een slag met een onnodig hoge kaart vaak een geweldig effect sorteert, daar gaat het om. En dus doet hij het af en toe. Met als bijkomend effect dat zuid hem nooit meer zal vertrouwen en een volgende keer, als de LJ heel gewoon (tegen)speelt, spoken ziet...

Het laatste spel, ook uit een parenwedstrijd:

Z/NZ9 5 3
 
 10 7
A H 7 2
A 9 6 4
A H V B 7
windroos  
V 6 4 2
  
B 5
  
B 2
  

WestNoordOostZuid

1SA
23SA1pas42
paspas3pas 

1 Lebensohl: geen vierkaart harten, geen (!) schoppenstop; zuid mag dus niet passen als hij ook geen schoppenstop heeft
2 Geen schoppenstop; dus óf een vijfkaart harten, óf een 3-4-3-3 (met 4-4 in harten en een lage kleur had zuid immers vier in die lage kleur geboden)
3 Hoopt maar op een vijfkaart harten bij zuid; als die immers een 3-4-3-3 heeft, zal vijf in een lage kleur ook geen succes zijn... (noord had achteraf ongetwijfeld liever 2 gedoubleerd)

West begint met AHV, oost bekent drie keer. Zuid troeft de derde slag met 5, steekt met 4 over naar A en speelt 7 (oost 3) naar B.

Een echte LJ in west duikt zonder met zijn ogen te knipperen. Hij kan het spel immers uittekenen. Zuid moet een 2-5-3-3 hebben en alle plaatjes die west niet ziet (rode kaarten zijn gespeeld):

Z/NZ9 5 3
 
 10 7
A H 7 2
A 9 6 4
A H V B 7
windroos6 4 2
V 6 4 2
8 3
B 5
10 8 6 3
B 2
10 8 7 6
 10 8
 
A H B 9 5
V 9 4
H V 3

Als zuid, tuk op een overslag, naar tafel gaat en de hartensnit herhaalt, tekent hij zijn eigen doodvonnis: west neemt en speelt schoppen. Dummy heeft geen troef meer, dus zuid moet wel in de hand troeven. Daarmee wordt hij troefkort, wat blijkt als hij daarna AH speelt: zuid heeft geen troef meer, west wel. En west heeft ook nog een schoppen: één down.
Had west de eerste troefslag met V genomen, dan had de leider simpel de rest gemaakt: dummy's 10 beschermt de leider tegen een vierde schoppenronde. Goed dus, van de leider, dat hij niet 10 speelde toen hij de (eerste) hartensnit nam.

Zuids tweede troefsnit is niet geheel onlogisch in een parenwedstrijd. Toch is er ook veel voor te zeggen om, nadat B de vijfde slag heeft gewonnen, AH te slaan en de lage kleuren te incasseren. Hij maakt dan zijn contract tamelijk veilig (alleen als oost V-vijfde heeft, is een tweede snit noodzakelijk). En dat zal vermoedelijk geen slechte score opleveren. Want er zullen ongetwijfeld meer zuidspelers 1SA openen. En als west dan niet dat slechte (!) volgbod van 2 doet, zal noord simpelweg naar 3SA verhogen. West raapt dan simpelweg vijf schoppenslagen op.
West speelde dus wel tegen als een LJ maar was het niet: een echte LJ past met een dichte vijfkaart na een 1SA-opening voor zich: hij mag immers zelf uitkomen als het een sans-atoutcontract in NZ wordt...

Dit laatste spel komt trouwens uit mijn eigen praktijk. En ja, ik was west. Toen de leider in de vijfde slag op V sneed, dook ik als een volleerde LJ. Helaas sloeg de leider daarna fantasieloos AH en maakt zijn contract precies.
Mijn partner begreep mijn manoeuvre kennelijk niet, want hij haalde na afloop 10 uit zijn hand en tikte daarmee op dummy's 8. Ja, dat moet ik even uitleggen. Het spel lag iets anders dan hierboven: dummy had 87 en oost 103. Maar wat maakt dat nou uit? Ik kon hem niet overtuigen: hij zei hoofdschuddende dat ik misschien wel een linkse jongen was, maar zeker geen linke jongen.

 

Aanraders

Vergrijgbaar vanaf 18 mei:
Aanstaande vrijdag verschijnt Bridgevaria 3! Met 42 bridgepuzzels en een compleet nieuw verhaal van Barrie en Harrie kunt u ook buiten doorpuzzelen....