Home | Peter van der Linden | Over LJ's en frustraties (1)
Over LJ's en frustraties (1)
zaterdag 04 september 2010 07:00

Peter van der     Linden

Ik heb moeite mensen te geloven die zeggen dat winnen of verliezen ze niks uitmaakt, zolang ze maar gezellig kunnen spelen. Volgens mij wint iedere bridger graag en heeft hij er een hekel aan te verliezen.
Er speelt daarbij meer mee: de manier waarop je wint of verliest. Winnen is vooral leuk als je dat doet door mooi af- of tegenspel. Winnen doordat de tegenpartij er domweg niets van kan, schenkt veel minder voldoening.
Bij verliezen ligt het minder makkelijk. Als je verliest van een technisch duidelijk sterkere tegenpartij, is dat meestal wel te verdragen. Hoewel het vaak moeite kost toe te geven dát die tegenpartij sterker was: vaak zoeken we het in excuses als 'ze hadden wel geluk met dat slem op snit, terwijl wij twee keer ongelukkig down gingen in manches met de troefkleur 4-1'. Vaak blijkt bij een objectieve analyse dat pech en geluk behoorlijk gelijk verdeeld waren.
Echt frustrerend echter is verliezen doordat je door de tegenpartij te grazen benomen bent. Wie in een misleidende speelwijze trapt, zal na afloop zo'n linke jongen (LJ) beleefd feliciteren maar hem inwendig misschien wel vervloeken.
Neem dit spel uit een parenwedstrijd (dus MP-telling: overslagen zijn belangrijk):

O/AllenA 8 4 3
 
 9 3
A B 9 6
H 8 2
  windroos  
    
 H 5 2
 
A H 5
V 8 5 3
A 7 5

WestNoordOostZuid

pas1SA
pas
2pas2
pas3SApaspas
pas
   

West komt uit met 4 (vierde van boven) en oost legt V. De leider duikt en neemt de nagespeelde 10. West speelt 2 bij, hij had dus vijf hartens.

(Terzijde: in viertallen, dus IMP-telling — overslagen zijn relatief onbelangrijk — probeert de leider nu zo veilig mogelijk twee extra ruitenslagen te maken, hij heeft immers zeven topslagen.
Hij begint met een kleine ruiten naar B.
- Als die houdt, maakt hij 100% zeker drie slagen door met een kleintje naar V te vervolgen.
- Als oost B met H neemt, moet de leider, als hij weer aan slag is, in de tweede ruitenslag gokken:
    - óf hij incasseert A — dit is alleen fout als oost met H-sec is begonnen
    - óf hij incasseert V — dit is alleen fout als oost met H10-vierde is begonnen.
Hier zal de leider A kiezen: west heeft twee hartens meer dan oost. Had oost toch H sec, dan heeft de leider nog één minikansje: de schoppenkleur 3-3 — dus oost heeft dan precies een 3-3-1-6 — waarbij alleen oost met schoppen aan slag mag komen...)

Maar in paren, dus MP-telling, telt elke slag. Dus probeert de leider vier ruitenslagen te maken. Ook dan begint hij met een kleintje naar B. Maar als die houdt en er geen bijzondere kaarten vallen, slaat de leider daarna A, in de hoop dat west met H-tweede is begonnen.
Dus speelt de leider hier 3 uit zuid: west 2, dummy B en oost 7.
Net als de leider volgens plan A wil slaan, kijkt hij nog eens naar oosts 7. Als west zoals gehoopt H2 had, had oost 1074. Daarvan speelt hij toch niet 7? Nee, als die 7 gewoon zijn kleinste is, had hij waarschijnlijk 107. In dat geval kan de leider vier ruitenslagen maken door naar de hand te gaan en V na te spelen: zo pint hij oosts 10.
En als oosts 7 een singleton was, maakt de leider door deze speelwijze in elk geval drie ruitenslagen (als hij bij dat zitsel in de tweede slag A slaat, maakt hij er maar twee).
Kortom, de leider gaat naar zijn hand en speelt V...

O/Allen
A 8 4 3
 
 9 3
A B 9 6
H 8 2
V 10 7 6
windroosB 9
B 8 7 4 2
V 10 6
2
H 10 7 4
V 10 3
B 9 6 4
 H 5 2
 
A H 5
V 8 5 3
A 7 5

...waarop west renonceert!
De leider maakt nu maar twee ruitenslagen en gaat gedesillusioneerd down, te grazen genomen door de LJ in oost. Die dook niet alleen slim de eerste ruitenslag maar speelde bovendien die duivelse, suggestieve 7. (Of zou hij naïef zijn distributie gesignaleerd hebben? Tja, idioot en genie zijn buren...)
Aan vrijwel alle andere tafels neemt oost de eerste ruitenslag 'gewoon' met H. De leider neemt de hartennakomst en speelt weer ruiten (uit zijn hand, hij is daar immers aan slag...). Als west renonceert, is het maken van drie ruitenslagen een eitje: A en dan de snit op 10.
Een enkele oost duikt de eerste ruitenslag wel maar speelt gewoon zijn laagste, 4, bij. De leider heeft nu geen reden van zijn oorspronkelijke plan af te zien: in de tweede slag speelt hij A en ook hier is oosts 10 ten dode opgeschreven.

Waarom dit nou zo frustrerend is? Omdat de leider het eigenlijk niet goed kan doen. Speelt hij zoals aangegeven, dan is hij de klos als oost een LJ is en die slimme 7 speelt van H1074 (NB: een LJ in oost speelt die kaart ook van 1074; als de leider er intrapt en later V uit zuid speelt, maakt hij negen slagen waar alle andere leiders er tien maken).
En besluit hij oosts kaart niet te vertrouwen en slaat hij in de tweede slag gewoon A, dan heeft hij een overslag weggegooid als oost écht 107 sec had (en het contract als die 7 een singleton was...).
Misschien dat de leider zo'n kaart als die 7 maar moet negeren als hij weet dat oost een LJ is. Zo wordt hij in elk geval niet geoetst en speelt hij mee met al die leiders die zich nooit om zulke kleine kaartjes als zo'n 7 bekommeren... 

Ik verander de situatie in ruiten een beetje:

 A B 8 6
 
H 4 windroos10 9 6
 V 7 5 2
 

Zuid begint met 2 naar B. Als oost gewoon 6 bijspeelt, heeft de leider geen keus en slaat vervolgens A: vier ruitenslagen.
Als oost een LJ is, weet hij dus wat hem te doen staat: hij speelt in de eerste ruitenslag zonder een spoor van aarzeling 9 of 10 bij. De leider heeft nu wél keus: als hij taxeert dat oost die kaart sec heeft, of 109 sec, gaat hij naar zijn hand en speelt hij vandaar V. Oost maakt daarna welverdiend de derde ruitenslag.

Ik moet bekennen dat ik er ook regelmatig ingestonken ben. Dit gebeurde in de hoofdklasse paren, héél lang geleden:

 H V 9 8 5 4
 
  windroos  
 A 2
 

Ik speelde 3SA en begon met A. West bekende met 3 en oost met... 10! Op de nagespeelde 2 verscheen bij west 6.
Oost leek me een brave, fantasieloze puntenteller, hij had bijzonder weinig LJ-achtigs. Ik nam dus aan dat hij gewoon zijn kleinste had bijgespeeld en in dat geval geldt het Principe van de Beperkte Keus: het is dan bijna twee keer zo kansrijk dat hij 10 sec had als dat hij B10 sec had. Ik sneed, haalde daarmee de krant ('De sufferd van de dag' of zo) en droom er nog wel eens van want oost had B107!

In het volgende spel is west de LJ:

N/Allen
V 5
 
 A 5 2
V 9 6 5 4 2
6 3
10 8 3
windroos9 6 4
H V 8
B 10 9 6
A B 7
H 10 8 3
H 8 7 4
B 2
 A H B 7 2
 
7 4 3

A V 10 9 5

WestNoordOostZuid
pas
pas1
pas
1SApas2
pas2pas3
pas
4!paspas
pas
   

In viertallen is noords 4-bod al agressief te noemen, in paren is het suïcidaal... Omdat de schoppenkleur 3-3 zit en B in de tweede ronde naar beneden komt, lijkt hij echter het gelijk aan zijn zijde te krijgen.

West komt uit met H. De leider neemt direct en speelt klaveren naar V, indachtig het gezonde motto: ontwikkel zo snel mogelijk de bijkleur.
LJ west duikt zonder een spier te vertrekken!
De leider slaat A en ziet oosts B vallen. Nu oost HB2 blijkt te hebben (!), ziet de leider een overslag in het verschiet. Hij speelt een derde klaveren en als west met een kleine bekent, troeft hij met dummy's 5, in de verwachting bij oost H te zien vallen. Daarna kan hij V incasseren, een ruiten troeven, troeftrekken (hij kan een 4-2 zitsel baas) en nog twee klaveren incasseren.
Maar tot zuids verbijstering troeft oost in de derde klaverenslag dummy over en speelt troef na. De leider kan nu het verlies van nog drie slagen — twee hartens en H — niet meer voorkomen: één down!

Merk op dat als west V gewoon neemt met H, OW nog twee hartenslagen kunnen maken, maar dat zuid daarna de rest heeft.

Een érg linke jongen, die west. Maar déze zuid kan zichzelf de ramp voor een groot deel aanrekenen. Het contract was namelijk — zoals gezegd — torenhoog, zodat zuid zeker een zeer goede score zou hebben behaald als hij het contract alleen maar gemaakt had. In zo'n situatie is het onverstandig te jagen op de overslag, ook in paren. Hij had zich moeten realiseren dat het contract dicht was (behoudens een 5-1 zitsel in troef) op het moment dat B onder A viel: hij had nu gewoon troef kunnen trekken en H afgeven.
Temeer omdat hij een aanwijzing had dat er iets niet in de haak was met die klaveren: een LJ in oost zou immers, als hij echt met HB2 was begonnen, H onder A hebben gegooid. Dat is ook al zo'n kaart die niets kost en de leider de kans geeft in de fout te gaan!

Dit is het eerste van drie artikelen over dit onderwerp. Klik voor het tweede deel misleidende speelwijzen in bridge -2.
 

Aanraders

Puzzel de zomer door!
bridgepuzzels Bridgevaria 2Ook op vakantie hoeft u ons niet te missen, want hij is er! Bridgevaria 2
36 puzzels voor maar 3,50.
Bestel via de webshop!