Home | Puzzels | tegenspel | Puzzels** | Meedenken!**
Meedenken!**
zaterdag 27 maart 2010 07:00

Tegenspelen is moeilijker dan afspelen. De tegenspelers zien immers maar de helft van het aantal kaarten van hun partij. Dat nadeel wordt lang niet altijd gecompenseerd doordat ze de dummy zien.
De leider ziet al zijn 26 kaarten en kan in zijn eentje de strategie bepalen. De tegenspelers moeten hun strategie samen bepalen, terwijl ze elkaars handen niet zien.
Verder kan de leider meestal gemakkelijk de strategie van de tegenspelers doorzien, hij kan bovendien gebruik maken van hun signalen.
Voor de tegenspelers is het doorzien van de strategie van de leider vaak lastig. Toch is dat een belangrijk onderdeel van tegenspelen. Een tegenspeler moet daarom zo veel mogelijk 'meedenken' met de leider. Als hij diens problemen en mogelijkheden begrijpt, kan hij beter verdedigen. Tijdens de denkpauzes van de leider bereidt hij zich daarom voor op wat er zou kunnen gebeuren.
In het onderstaande probleem is dat absoluut noodzakelijk.

O/OWA V
 
 10 9 4
A V B 10 3
A V 2
10 7 2
windroos  
V 8 7 5 3
  
9 4
  
H 10 9
  

WestNoordOostZuid
pas
1pas1SA
pas3SApaspas
pas   

West komt uit met 5 (vierde van boven). Oost neemt met A en bij zuid valt B. Oost speelt 6 na, zuid neemt met H.
Terwijl zuid zijn speelplan maakt, denkt west mee en anticipeert op het vermoedelijke vervolg. Wat neemt hij zich voor?

Duidelijk is dat zuid HB sec had en dat oost 2 dus nog heeft. Zo gauw oost of west aan slag komt buiten de hartenkleur, is zuid dus down. Als zuid H niet heeft, is hij kansloos, hij kan dan nooit aan negen slagen komen.
Het gevaar is dus dat zuid H wél heeft. De leider ziet dan acht slagen: vijf ruitens, H en de zwarte azen. Hij kan dan H niet meer hebben (hij heeft al HB en H laten zien). Oost heeft dan dus H. Het beeld wordt duidelijk: zuid moet voor zijn negende slag op een zwarte heer snijden.
West ziet dat H goed zit en H fout. Moet hij lijdzaam toezien en hopen dat zuid misgokt?
Nee, als zuid B heeft...

O/OWA V
 
 10 9 4
A V B 10 3
A V 2
10 7 2
windroosH 9 5 4 3
V 8 7 5 3
A 6 2
9 4
8 7 2
H 10 9
6 4
 B 8 6
 
H B
H 6 5
B 8 7 5 3

...zal hij die nu spelen om 'even te kijken of west misschien zo vriendelijk is te dekken'. (Een extra kansje dus eigenlijk: H goed, is de 50% basiskans. Extra: west dekt B met H.)
Maar west heeft meegedacht en is er klaar voor: in een gelijkmatig* tempo duikt hij.
Zuid zal nu waarschijnlijk overnemen met A, naar H gaan en de schoppensnit proberen.

Gewoonlijk luidt in bridge-artikelen de vraag bij een probleem als dit: 'In de derde slag speelt zuid B. Hoe moet west verdedigen?'
Dan zullen vrijwel alle lezers de goede oplossing (duiken) vinden.
Maar hoe zou het ze in de praktijk vergaan? Vermoedelijk zullen velen automatisch dekken, ze hebben immers zelf 109. Of op zijn minst zullen ze verrast* reageren als zuid B op tafel legt. Waarna de leider genoeg weet...

* Expres langzaam of heel snel spelen om de tegenpartij te misleiden is een overtreding!

 

Aanraders

Mist u iets?

Hebt u suggesties om de site nóg beter te maken?

Laat het ons weten middels het contactformulier.