| W/Allen | ♠ | A 6 5
| | | | ♥ | H B 7 5
| | ♦ | H B 8 3
| | ♣ | A 2
| | ♠ | H 9
|  | | | | ♥ | A V
| | | | ♦ | A 10 9
| | | | ♣ | 9 8 6 5 4 3
| | |
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| 1♣ | doublet | 1♦ | 1♠ | | pas | pas | doublet1 | 3♠ | pas
| 4♠ | pas | pas | | pas | | | |
1 Bied nog eens wat
Zo gaat het aan één van de vele tafels tijdens het EK teams in Malmö 2004. Een vreemd biedverloop maar het kan allemaal wel: oost wil niet 'uitverkopen' in 1♠ en zuid biedt nu ineens met een sprong: hij zal wel een zeskaart schoppen hebben maar (veel) te weinig punten om in de eerste biedronde in schoppen te springen. Aan de meeste tafels wordt zuid overigens leider in 4♠, zij het meestal na een ander biedverloop.
Bijna iedere west komt uit met klaveren. Bij 'onze' west is dat ♣4 (eerste, derde, vijfde van boven). De leider neemt met dummy's ♣A (oost ♣7, zuid ♣10) en speelt, ietwat verrassend, ♣2 na, voor oosts ♣V, zuid ♣B. Welke klaveren moet west bijspelen om oost een rood hoofd te besparen (oost had immers kunnen passen op 1♠, dus als NZ 4♠ maken, staat hij er niet goed op)?
Oplossing
Zuid kan duidelijk niet in zijn hand komen. Hij had ♣B10 sec (oost heeft ♣H nog). Hij heeft duidelijk ♦V niet, anders had hij — met, gezien oosts 1♦-bod, hoogstens twee ruitens — ruiten naar die ♦V toegespeeld: hij had die dan gemaakt (als oost ♦A had gehad) of hij had daarna de derde ruiten getroefd. Hieruit volgt dat hij ook geen singleton of renonce ruiten heeft, ook dan had hij ruiten gespeeld. Hij heeft dus een kleine doubleton ruiten. OW hebben één slag gemaakt en west maakt zeker zijn twee azen. Hij kan zien dat hij zeker een vierde slag, de downslag, maakt als hij oost ertoe kan bewegen harten na te spelen. Hij gooit dus ♣9 bij, een duidelijk en dwingend Lavinthal-signaal voor oost: 'Met mijn hoogste klaveren vraag ik om nakomst in de hoogste kleur, harten.' Oost speelt braaf harten na, west neemt met ♥A en 'plakt' vervolgens de leider in dummy door ♥V na te spelen. Als de leider ruiten uit dummy speelt, verliest hij twee ruitenslagen: één down. Speelt hij harten, dan troeft west en incasseert ♦A: één down. Speelt hij ♠A, dan maakt west ♠H en ♦A: één down. W/Allen | ♠ | A 6 5
| | | | ♥ | H B 7 5
| | ♦ | H B 8 3
| | ♣ | A 2
| | ♠ | H 9
|  | ♠ | 8 3
| | ♥ | A V
| ♥ | 10 9 8 3
| | ♦ | A 10 9
| ♦ | V 6 5 4
| | ♣ | 9 8 6 5 4 3
| ♣ | H V 7
| | | ♠ | V B 10 7 4 2
| | | ♥ | 6 4 2
| | ♦ | 7 2
| | ♣ | B 10
|
Bridge-auteurs werken zich in het zweet om zulke puzzels te construeren maar dit spel, met een 100% beredeneerbaar en succesvol tegenspelplan kwam dus in de praktijk voor. Wel onthutsend dat alle westspelers suf hun klaverendistributie aangaven (onze west gooide ♣3 om een even aantal aan te geven). Daardoor speelden alle oostspelers ruiten na, waarna alle zuidspelers de derde ruiten konden troeven, op ♠H konden snijden en zo hun contract maakten... |