|
De kerstman zuchtte. Hoe moest dat contract in vredesnaam down? Het zou ook snel moeten gebeuren want hij was al laat. Hij moest zijn drie tafelgenoten nog voor de slee spannen en dan in vliegende vaart naar het zuiden. Het bezorgen van die vermaledijde pakjes viel hem elk jaar zwaarder want het werden er steeds meer. En ook werd het steeds gevaarlijker met al die Ultra Light vliegtuigjes, paragliders, hanggliders en Joost mag weten welke andere duivelse dingen het luchtruim onveilig maakten. Er waren tot nu toe geen ongelukken gebeurd... nog niet! Hij huiverde bij de gedachte aan de bijna-botsing met die basehopper vorig jaar boven Noorwegen. Maar goed dat Rudolf hem had zien aankomen. Gek eigenlijk, peinsde de kerstman, dat Rudolf het nog steeds zo goed deed als leidend rendier. Hij zoop immers als een tempelier, wat aan zijn glimmende rode kokkerd goed te zien was. Bij de gedachte aan Rudolf schrok de kerstman op. Rudolf was een goede speler en de vraag bleef: hoe moest dit contract down? Eerst reconstrueerde hij wat er tot nu toe was gebeurd.
| Z/Allen | ♠ | 8 5 4 3
| | | | ♥ | V B
| | ♦ | A V B 10
| | ♣ | A V B
| | | |  | ♠ | A 6 2
| | | | ♥ | 4 2 | | | | ♦ | H 7 5 2
| | | | ♣ | 10 8 7 3
|
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
Lewis H.
| Jenson B.
| Kerstman
| Rudolf | -
| -
| -
| 2♥1 | pas
| 4♥ | pas | pas | | pas | | | |
1 Zwakke twee: zeskaart, 6-9 punten Nadat noord - een van die snelle jongens onder de jongere rendieren waar de kerstman het niet zo op had - zijn partner in een vloek en een zucht in de manche had geparkeerd, was west - ook al zo'n type dat snelheid prefereerde boven kwaliteit - nog in dezelfde seconde met ♠V uitgekomen. De kerstman had met ♠A genomen en Rudolf, zuid, had met ♠10 bekend. Die ♠10 was geen falsecard, zo wist de kerstman. Rudolf was dan wel een goede speler maar zoals alle rendieren had hij een totaal gebrek aan fantasie (vraag maar aan de wolven in Alaska: die zijn opgetogen over het feit dat de rendieren op hun trek naar de weidegronden elk jaar exact dezelfde route kiezen). Rudolf was dus begonnen met ♠H10 sec en in die kleur was niets meer te halen. Verder had hij waarschijnlijk niet ♥AH-zesde, want samen met ♠H zou dat genoeg zijn geweest voor een 1♥-opening. West had dus ♥A of ♥H. Als west ♥A had, zou zuid naast (dus) ♥H nét ♣H kunnen hebben. Maar als west ♥H had, kon zuid naast (dus) ♥A ♣H niet hebben. Maar het maakte niet uit of west ♣H had, want zuid kon daar zo nodig op snijden - met succes. Het leek er dus op dat OW alleen ♠A, wests hoge harten en ♦H zouden maken... Toen gleed er een glimlach over het gezicht van de kerstman: als west nou eens een doubleton ruiten had? De kerstman speelde ♦2 na. West hád een doubleton ruiten: | Z/Allen | ♠ | 8 5 4 3
| | | | ♥ | V B
| | ♦ | A V B 10
| | ♣ | A V B
| | ♠ | V B 9 7
|  | ♠ | A 6 2
| | ♥ | H 7 5
| ♥ | 4 2 | | ♦ | 6 4
| ♦ | H 7 5 2
| | ♣ | H 9 6 2
| ♣ | 10 8 7 3
| | | ♠ | H 10
| | | ♥ | A 10 9 8 6 3
| | ♦ | 9 8 3
| | ♣ | 5 4
|
Zuid, Rudolf, concludeerde uiteraard dat oosts ♦2 een singleton moest zijn. Maar dat leverde geen gevaar op want hij zou in het ergste geval dan nog twee slagen verliezen: ♥H (als die mis zat) gevolgd door een ruitenaftroever. Hij nam dus met ♦10 in dummy en sneed op ♥H. West nam en speelde zijn laatste ruiten. 'Deze introever maak je nog', sprak Rudolf tot de kerstman, 'maar ik neem je nakomst, trek troef en snijd nog eens op ♦H. Mijn klaverenverliezer gaat daarna weg op de vierde ruiten. Precies gemaakt, dus.' 'Hohoho', sprak de kerstman geheel in stijl, terwijl hij ♦H maakte om vervolgens west een ruitenintroever te geven. 'Eén down.' Terwijl Rudolf glazig de kaarten van de kerstman bekeek, bedacht die dat het maar goed was dat zijn partner west ook een fantasieloos rendier was. Een speler met fantasie (of een speler die even de tijd had genomen na te denken na het maken van ♥H) had immers bedacht dat oost helemaal geen singleton ruiten kon hebben, zuid zou er dan zes hebben gehad. Die westspeler was dan misschien 'slim' naar klaveren geswitcht en Rudolf had dan geclaimd (♣A, troeftrekken, ♣V na; op ♣B kan zuids derde ruiten weg).
'Hohoho, jongens, op naar de slee', zei de kerstman, wiens humeur zienderogen verbeterde. 'Hohoho', zei hij nog eens. Niet omdat het nodig was - de rendieren stonden al gehoorzaam bij de slee - maar omdat hij wist dat het hen irriteerde. Zo werd het toch nog een leuke kerstmis. |