|
In 1983 vinden de Summer Nationals - één van de vier grote, sterk bezette Amerikaanse bridgefestivals - plaats in New Orleans. De winnaars van die vier spelen om een plaats in de nationale selectie van de VS. Tijdens het Spingold-viertallentoernooi, een onderdeel van de Summer Nationals, bieden Rosenblatt - Waldmann een beetje hoog tegen wereldkampioenen Goldman - Soloway. Misschien omdat hun team een beetje achter staat. | N/OW | ♠ | V 5 3 | | | | ♥ | A 9 7 6 2 | | ♦ | 7 6 4 | | ♣ | 10 3 | | ♠ | 8 2 |  | ♠ | B 9 4 | | ♥ | H V B | ♥ | 10 8 4 3 | | ♦ | H 9 8 5 3 2 | ♦ | V 10 | | ♣ | 8 6 | ♣ | B 7 4 2 | | | ♠ | A H 10 7 6 | | | ♥ | 5 | | ♦ | A B | | ♣ | A H V 9 5 |
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| Goldman | Waldmann | Soloway | Rosenblatt | | - | pas | pas | 1♣ | | 1♦ | 1♥ | pas | 2♠ | | pas | 3♠ | pas | 4SA | | pas | 5♦ | pas | 6♦ | | pas | 7♠ | pas | pas | | pas | | | |
Rosenblatt verwacht een vierkaart schoppen in noord (met 2♠ heeft zuid immers pas een vierkaart beloofd) en doet een groot-slempoging met 6♦. Noord denkt (hoopt?) dat ♠V, die hij nog niet heeft aangegeven, genoeg is voor the grand.
De dummy is een tegenvaller. Het groot slem hangt aan een dunne draad. Hoe komt de leider in vredesnaam van zijn ruitenverliezer af? Het ontbreekt hem aan entrees in de dummy om de hartenkleur vrij te troeven en dwangkansen zijn er ook niet. Goedbeschouwd is er dus maar één mogelijkheid: hij moet een ruiten in de dummy troeven. Daarvoor is het nodig twee ruitens van de dummy weg te gooien op klaveren terwijl er nog een troef in zit bij OW. Dat betekent dus dat de leider vier ronden klaveren gaat spelen terwijl iemand nog een troef heeft. Rosenblatt neemt met ♥A, speelt ♣10 (!) naar het aas en trekt troef met ♠A en schoppen naar de vrouw. Nu volgt de cruciale speelwijze. Hij speelt ♣3 en als bij oost niet ♣B verschijnt, legt hij ♣9! Waarom die 'rare' snit? Omdat zuid niets aan een 3-3 zitsel in klaveren heeft: iemand troeft dan immers zeker de vierde klaveren! Zuid moet dus hopen dat oost of west vier keer klaveren bekent én de laatste troef heeft. Als oost ♣B-tweede had gehad, had west vier kleine klaveren moeten hebben (en de derde troef dus). Nu dat niet het geval bleek (geen ♣B bij oost) moest oost maar vier klaveren en de laatste troef hebben (aan ♣B-vierde bij west heeft de leider niets). Er bleven twee mogelijkheden over. De eerste: ♣B tweede bij west, dus vier kleine klaveren (en de laatste troef) bij oost. Zuid moet dan de tweede klaverenslag met ♣H nemen (♣B valt), dan ♣V en ♣9 (twee ruitens weg), ♦A, dan ♦B troeven, met een hartenaftroever naar de hand en de laatste troef trekken. De tweede mogelijkheid is ♣B vierde bij oost (en de laatste troef). Die kans is groter dan vier kleintjes bij oost (een specifieke kaart zit vaker bij degene die de meeste kaarten in die kleur heeft), vandaar Rosenblatts correcte snit. Toen ♣9 hield, volgden ♣HV (ruitens weg), ♦A, ♦B getroefd, harten getroefd, ♠A en voilà: dertien slagen! OW keken niet blij... Het spel leverde 500 punten en 13 IMP op omdat NZ aan de andere tafel 'slechts' 6♠ contract speelden (probeer zelf eens te bedenken wat de goede speelwijze in 6♠ is, dat is al lastig genoeg!). Toch waren deze 13 IMP niet genoeg om de wedstrijd te winnen. |