| Wat is zijn redenering? ** (2) |
| zaterdag 03 juli 2010 07:00 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In deze rubriek volgen we de handelingen van een ervaren, goede speler. Op een zeker moment vragen we waarom hij deed wat hij deed.
West komt uit met ♠V. De leider neemt even de tijd om zijn speelplan te maken en laat dan ♠2 bijspelen in de dummy. In de hand speelt hij ♠5 bij. West vervolgt met ♠B. De heer in de dummy wint de slag. Oplossing Uit het feit dat de leider de eerste slag in beide handen heeft gedoken, leidt oost af dat de leider bang is voor de schoppenkleur en de communicatie tussen OW probeert te verbreken.
Kijk wat er gebeurt als oost de eerste slag klein bijspeelt. West neemt de slag met ♦H* en speelt de schoppenkleur vrij. De leider neemt met ♠A en speelt ruiten na. Oost komt aan slag met ♦A maar heeft geen schoppen meer. West zit met twee vrije schoppens en oost is aan slag. Toeval? Nee. Het is een algemeen principe dat de partner van degene met de lange kleur zo snel mogelijk aan slag probeert te komen om zijn partners kleur vrij te spelen (als hij tenminste nog wel een kaart in die kleur heeft). Kijk hier goed naar, dit principe speelt vaak in sans-atoutcontracten. Het geldt immers ook voor de leider: 'Spaar entrees bij de lange kleur.' Merk tot slot op hoe moeilijk het winnende tegenspel is met ♦A en ♦H verwisseld. Oost moet dan in de eerste ruitenslag met ♦H 'opstappen'. Heel moeilijk te vinden. * Als west duikt, om zijn entree te sparen, heeft zuid pas acht slagen. Maar zuid speelt weer ruiten en west kan geen tweede keer duiken... |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
