| Licht volgbodje of niet? ** |
| zaterdag 12 juni 2010 07:00 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Finale Vanderbilt 1970. Een van de Noord-Amerikaanse toptoernooien. Het Canadese paar Sami Kehela – Eric Murray speelt in een Amerikaans team dat underdog is tegen het op dat moment sterkste Amerikaanse team: de Dallas Aces. Dit is het allereerste spel van de wedstrijd (gedraaid voor leesgemak). Murray heeft als west:
1 Conventioneel, sterk Murray wilde zich meteen vanaf het begin laten gelden en gooide een licht 3♣-volgbodje in de strijd. Dat bracht de tegenpartij niet écht van de wijs.
Toen noord met 4SA (Blackwood) een goede hand toonde, bood zuid, met de nog niet gemelde troefheer, nog 7♠ (wel een tikkeltje ongedisciplineerd). Het bieden bleek een groot effect op het spelen te hebben. Murray kwam uit met klaveren en zuid, 'Broadway Billy' Eisenberg, moest beslissen hoe hij de schoppenkleur moest spelen. Hij kon zien dat west vrijwel zonder punten 3♣ had geboden, dus leek het Eisenberg niet onwaarschijnlijk dat west, met zijn lange klaverenkleur, een korte schoppenkleur had. Hij sloeg ♠A, stak over naar noord en nam de schoppensnit. Tevreden nam Murray de slag met ♠V voor één down. Aan de andere tafel paste Wolff als west op de (ook) 2♣-opening van zuid en bereikten NZ 7♠ zonder tussenbieden. De leider sloeg ♠AH voor een winst van 17 IMP. Geen gek eerste spel in zo'n wedstrijd! Te meer omdat het Kehela-Murray team de finale uiteindelijk won met 4 IMP verschil. PS1: Opvallend is dat beide NZ-paren, met toch biedruimte genoeg, niet hebben onderzocht of troefvrouw aanwezig was (konden ze dat wellicht niet? Roman Keycard Blackwood is kort daarna uitgevonden...) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
