Inflatie? **
zaterdag 08 januari 2011 07:00

Het tweede Statenbank Wereld Top toernooi (later Cap Gemini) in 1988. In de eerste afleveringen van dit fantastische toernooi (elke bridgetopper die er aan mee heeft gedaan, is nog steeds triest dat het toernooi niet meer bestaat, de laatste editie werd gespeeld in januari 2002) in Hotel Des Indes aan het Lange Voor hout in Den Haag, bestond de Nederlandse inbreng uit één paar: Leufkens – Westra. Ze handhaafden zich met opmerkelijk gemak tussen alle aanwezige wereldtoppers. Op het volgende spel mag Westra, nadat west gepast heeft als gever, openen met de noordhand:

W/Allen 
 A B 10 8 5 3 2 
 10 7 2 
 H 9 
 9 

Dat het schoppen wordt is duidelijk. Een, twee, drie, of vier?
Westra draait zich om en reikt u zijn kaarten aan. Wat biedt u?

Oplossing

Westra laat zien dat hij helemaal niet bang is en kiest voor een uiterst agressieve 4 opening. Allen kwetsbaar bepaald niet zonder risico. Het maakt het de tegenpartij wel maximaal moeilijk. Dat blijkt wel want Hamman – Nickell, zeker niet de minsten, laten zich volledig uit de bieding kletsen.

W/Allen A B 10 8 5 3 2 
  10 7 2
 H 9
 9
 Vwindroos 6 4
 8 4 A H V B 6
 V 7 6 4 A 2
 A V 10 8 7 6 B 5 4 2
  H 9 7 
 9 5 3
 B 10 8 5 3
 H 3

WestNoordOostZuid
NickellWestraHammanLeufkens
pas4paspas
pas   

Na 4 is het zowel voor oost als west bijna onmogelijk om in de bieding te komen. Aan de tafels waar noord 3 opent volgt oost 4 en biedt west nog 5 over 4 van zuid. De reden dat Westra verrassend veel punten overhoudt aan 4 min twee is het feit dat de veel westspelers 3 hebben geopend op hun zeskaart. (waarna oost natuurlijk tot 5 doorbiedt.) U ziet, inflatie alom. Met een zeskaart openen we drie en met een zevenkaart dus vier…zelfs kwetsbaar.

 

Aanraders

Heeft u vragen over bridge?
Stel ze in onze vragenrubriek NZ. U krijgt meteen antwoord van Ed. Ook voor arbitragevragen!