|
Kwartfinale Bridge Olympiade 2000 in Maastricht. Noorwegen neemt het op tegen Engeland en we kijken mee bij oost, de Engelsman Callaghan, die het met zijn partner Burn opneemt tegen het sterpaar van de Noren, Helgemo-Helness. Callaghan kijkt aan tegen 17 punten maar ziet tot zijn verbazing dat zuid, Helgemo, 3SA probeert. En dat nadat noord, Helness aangegeven heeft dat hij licht geopend heeft. Tja, Helgemo blijft Helgemo... | N/— | ♠ | A 8 2 | | | | ♥ | 7 6 | | ♦ | H V B 7 5 4 | | ♣ | 6 3 | | | |  | ♠ | B 7 4 | | | | ♥ | H 9 4 | | | | ♦ | A 9 | | | | ♣ | A H V 4 2 |
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| Burn | Helness | Callaghan | Helgemo | | — | 1♦ | 1SA | doublet | | 2♦1 | pas | 2♥ | pas2 | | pas | 3♦3 | pas | 3SA | | pas | pas | pas | |
1 Transfer 2 Forcing: na zuids doublet op 1SA gaan NZ of zelf spelen of ze doubleren OW 3 Minimale opening (zwakst mogelijke bod) West start met ♥B voor zuids ♥V. De leider speelt ruiten, oost duikt een keer, neemt de tweede en ziet iedereen bekennen en west een oneven aantal aangeven. Callaghan moet er even over nadenken maar vindt dan de goede nakomst. U ook?
Oplossing De leider, met zeker ♥AV en ♠HV, had, zo gauw hij aan slag kwam, minstens tien slagen voor het rapen. Dus speelde Callaghan klaveren na. Maar voor hij lui ♣A op tafel legde, reconstrueerde hij de zuidhand: twee ruitens, hoogstens vier schoppens (met een vijfkaart had hij 2♠ geboden), hoogstens drie hartens (met een vierkaart of langer had hij gedoubleerd) en dus minstens vier klaveren. Callaghan zag in dat het uiterst onwaarschijnlijk was dat zijn partner ♣B had (zuid zou dan maar 11 punten hebben) maar niet onmogelijk. Gek genoeg maakte het voor oosts naspel niet uit wie ♣B had: Callaghan legde een kleine klaveren op tafel. Dat was niet alleen goed als zijn partner ♣B toch had (oost moest dan hopen dat west die kaart niet sec maar tweede had; na ♣A-nakomst zou de kleur blokkeren), maar ook bij het werkelijke zitsel: | N/— | ♠ | A 8 2 | | | | ♥ | 7 6 | | ♦ | H V B 7 5 4 | | ♣ | 6 3 | | ♠ | 10 6 5 |  | ♠ | B 7 4 | | ♥ | B 10 8 3 2 | ♥ | H 9 4 | | ♦ | 10 8 2 | ♦ | A 9 | | ♣ | 10 7 | ♣ | A H V 4 2 | | | ♠ | H V 9 3 | | | ♥ | A V 5 | | ♦ | 6 3 | | ♣ | B 9 8 5 |
...want dan zou zuid natuurlijk snijden met ♣9, in de hoop dat oost ♣10 had. Toch? Wat zuid betreft kon west immers ♣V nog net hebben, oost zou dan op 15 punten 1SA gevolgd hebben.
Als zuid een gewone speler was geweest, had Callaghans schitterende nakomst vermoedelijk inderdaad succes gehad: west had ♣10 gemaakt en klaveren na zou twee down hebben betekend. Maar ja, zuid was Helgemo... Hem was de denkpauze van Callaghan voor de klaverenswitch niet ontgaan. Als west inderdaad ♣V had en oost dus iets als ♣AH10x(x), zou die kleine klaveren dan niet sneller op tafel hebben gelegen...? Helgemo dacht er even over na, maar legde uiteindelijk vol overtuiging ♣B en maakte drie overslagen: een Helgemo laat zich niet foppen! Prachtig verdedigd van Callaghan die de enige downkans vond. Toch maakte hij dus een 'fout': hij had tijd nodig om die switch te vinden. Zou Helgemo, volgens velen een van de drie beste spelers ter wereld, als oost die kleine klaveren á tempo hebben nagespeeld? Zo beschreven en als probleem gegeven, lijkt zowel de nakomst van de kleine klaveren als het leggen van ♣B misschien heel logisch. In de praktijk zouden echter weinigen deze speelwijzes vinden. Neem Shawn Quinn, de Amerikaanse speelster die tot de absolute wereldtop behoort: tijdens de kwartfinale Nederland-USA kwam zij als oost voor exact hetzelfde probleem te staan als Callaghan. Ze legde fantasieloos ♣A op tafel en het contract was gemaakt (of wilde ze misschien de drie overslagen voorkomen?). De Nederlandse zuid (Van der Pas) werd dus niet op de proef gesteld. Zou ze Helgemo hebben geëvenaard? |