Home | Bridge mee met... | Bridge mee met*** | Opletten, logisch denken en signalen geloven**
Opletten, logisch denken en signalen geloven**
woensdag 23 juni 2010 07:00

Het Europees kampioenschap voor clubteams is een vrij nieuw kampioenschap. In 2004 vond het voor de tweede keer plaats. In Barcelona dit keer.
Andy Robson speelde voor The All-England Bridge Club de volgende 3SA.

O/Allen9 8 
 A V B 9 7
10 2
A B 3 2
  windroos  
    
 V B 2 
5
A H V 8 5 4
9 8 4

WestNoordOostZuid
WladowBakshiElinescuRobson
pas1
pas1pas2
pas3pas 3SA 
paspaspas 

West komt uit met 4, de vierde van boven. Oost neemt met H en speelt 3 na. Op zuids V speelt west 7 bij. Alles wijst er dus op dat de schoppenkleur 4-4 zit.
Wat is de beste speelwijze?

Oplossing

Zuid telt inmiddels zes 'raapslagen' en als de ruitenkleur 3-2 zit, zijn er simpel negen. Negen van de tien spelers zullen 'dus' de ruitenkleur gaan incasseren. De succeskans is 68%.
Zo niet Andy Robson. Om te beginnen leek het hem bijzonder onwaarschijnlijk dat hij gefopt werd in schoppen (met andere woorden: hij geloofde dat de tegenpartij gewoon eerlijk zijn kaarten bijgooide, iets wat vaak zo is). De tegenpartij kon dus, als die aan slag kwam, in totaal maar drie schoppenslagen maken. Robson kon zich dus permitteren een keer van slag te gaan. Zoals elke topspeler dacht hij namelijk vooruit: stel je voor dat de ruitenkleur 4-1 zit?
De leider zou dan de eerste ruitenslag moeten afgeven (om twee lengteslagen te ontwikkelen, er waren dan acht slagen) en hopen dat H goed zat (voor zijn negende). Een ruiten afgeven na het incasseren van twee hoge ruitens, was immers zinloos: zuid heeft dan geen entree meer in de hand voor de lengteslagen in ruiten.
Maar direct een ruiten afgeven en later op H snijden, biedt maar 48% kans op succes. De leider gaat zo onnodig down als die kleur 'gewoon' 3-2 zit en H mis...
Puur logisch redenerend, zag Robson dat hij dus moest beginnen met de snit op H!
- Zat die goed, dan zou hij een ruiten duiken om zich te wapenen tegen de ruitenkleur 4-1.
- Zat H mis (OW zouden daarna nog twee schoppens oprapen en hadden dan vier slagen) dan zou hij de ruitens 'van top' spelen, in de hoop op een 3-2 zitsel.
Een goed plan: hij zou zijn contract maken met óf H goed en de ruiten niet 5-0, óf H mis en de ruiten 3-2. De totale maakkans was, zo beredeneerd, 82%.
En zo begon Robson met 5 naar V.

O/Allen9 8 
 A V B 9 7
10 2
A B 3 2
A 10 7 4windroosH 6 5 3
10 6 3H 8 4 2
3B 9 7 6
H 10 7 6 5V
 V B 2 
5
A H V 8 5 4
9 8 4

H zat mis én de ruitenkleur zat niet 3-2... Down dus?

Nee, Robsons speelwijze nam nóg een kansje mee, dat de totale maakkans met bijna 5% vergrootte (en reken maar dat Robson, technisch één van de beste spelers ter wereld, dat van tevoren gezien had): de hartenkleur 4-3 en 10 in de driekaart.

En dát kansje kwam uit!
Oost nam met H en OW raapten hun schoppens op. Robson nam de nakomst met dummy's A en incasseerde AB. Toen 10 viel, kon hij ook 97 incasseren. Hij had nu zes slagen gemaakt: een schoppen, vier hartens en A. De laatste drie slagen waren voor AHV, de drie hoge kaarten waarmee negen van de tien spelers zouden zijn begonnen!

 

Aanraders

Heeft u vragen over bridge?
Stel ze in onze vragenrubriek NZ. U krijgt meteen antwoord uit Barcelona en Orkanger...