|
Tijdens de voorronden van de Olympiade 2000 in Maastricht ontmoetten Oostenrijk en Denemarken elkaar. Beide teams waren in de race voor een toppositie. De Oostenrijker Christian Terraneo kreeg als west: N/-
| | | ♠ | - | | | ♥ | V 7 6 2 | | | ♦ | H 10 9 7 4 2 | | | ♣ | 10 6 4 | |
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| - | pas | 1♦ | 1♠ | | 3♦1 | 4♠ | 5♦ | pas | | pas | 5♠ | pas | pas | | ?? | | | |
1 preëmptief Na dit geanimeerde biedverloop stond hij voor de vraag of hij nog 6♦ moest bieden. En als hij paste, waarmee moest hij dan uitkomen? Wat zou uw antwoord op deze vragen zijn?
Oplossing Terraneo redeneerde terecht dat hij met 3♦ zijn hand had omschreven en dus uitgeboden was. De beslissing lag dus bij zijn partner. Nu die er met 5♦ in was geslaagd de tegenpartij eentje hoger te ‘liften’, was dat genoeg. Nu was het aan OW om te proberen 5♠ down te spelen.
Dat leidde tot het volgende probleem: de uitkomst. Terraneo besefte dat OW hoogstens één ruitenslag konden maken. Voor het geval dat hij, west, in de tweede slag zou moeten switchen, startte hij niet routinematig met een kleine ruiten maar met ♦H! Zo konden OW kiezen wie de eerste slag zou maken: na het zien van de dummy zou hopelijk duidelijk worden wie er zou moeten switchen in de tweede slag. Was dat west, dan moest oost ♦H laten houden. Was dat oost, dan moest die overnemen met ♦A. Terraneo's voorzorg bleek nodig: | N/- | ♠ | H 9 7 5 4 | | | | ♥ | H 9 | | ♦ | V | | ♣ | B 9 8 5 3 | | ♠ | - |  | ♠ | B 6 3 | | ♥ | V 7 6 2 | ♥ | A B 5 3 | | ♦ | H 10 9 7 4 2 | ♦ | A 6 5 3 | | ♣ | 10 6 4 | ♣ | H 7 | | | ♠ | A V 10 8 2 | | | ♥ | 10 8 4 | | ♦ | B 8 | | ♣ | A V 2 |
Terraneo switchte naar ♥2 in de tweede slag en 5♠ was snel één down. Een uitstekende start, die ♦H. Met een zwakke hand is het vaak goed een poging te doen aan slag te blijven. Partner heeft de punten en het is dus vaak nodig een kleur te spelen waarin die een vork achter een honneur van de dummy heeft. Heeft west zelf een vork in een andere kleur, dan is juist een kleine ruiten de aangewezen uitkomst (maar ook dan is ♦H niet per se slecht: partner kan zo nodig nog met ♦A overnemen, zagen we al).
Oostenrijk won 500 punten en dus 10 IMP op het spel want zo ging het bieden aan de andere tafel: | West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| - | 2♠1 | pas | 4♠ | | pas | pas | pas | |
1 Soort Muiderberg: zwak met 5-5 in schoppen en een lage kleur Oost kwam uit met ♣H en NZ maakten vlot elf slagen voor +450. |