| Parenproblematiek *** |
| woensdag 22 juli 2009 07:00 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1996, finale Meesterklasse (zeg maar de bridge-eredivisie) paren. Anton Maas en Bep Vriend staan als de laatste dag begint bovenaan. Echt 'lopen' doet het echter niet. Bep Vriend krijgt het volgende tegenspelprobleem voor de kiezen.
West komt uit met ♠B. Oplossing Deze 3SA gaat u niet down spelen. In paren is het echter van groot belang dat u het aantal overslagen beperkt. Wat weet u? Zuid heeft ♠V en ♥V. Als hij ♦A en ♦H heeft, moet u uitkijken. Misschien maakt u ♠H niet meer als u die nu niet meeneemt. Even precies tellen. Zuid maakt vier hartenslagen, ♣A, ♠A, dat zijn er zes. Als zuid een zeskaart ruiten heeft, moet u nu ♠H meenemen. Maar zou zuid dan niet 2♦ geboden hebben na 1♠? Waarschijnlijk wel. Verder oogt het vreemd dat de leider de start meteen met ♠A nam. Het ziet er naar uit dat hij bang was voor een klaverenswitch.
In de praktijk koos Vriend voor het incasseren van ♠H. Ze was er niet van overtuigd dat zuid geen zeskaart ruiten kon hebben. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
