|
woensdag 18 augustus 2010 07:00 |
|
Een minipuzzeltje als het onderstaande, met alle kaarten open, heeft twee doelen. Het eerste is het plezier van het oplossen, het tweede het geven van inzicht in speelfiguren. | | ♠ | 2 | | | | ♥ | V B
| | ♦ | A H | | ♣ | — | | ♠ | V B 10 |  | ♠ | H 9 | | ♥ | — | ♥ | A | | ♦ | B | ♦ | — | | ♣ | A | ♣ | V B | | | ♠ | A 4 3 | | | ♥ | — | | ♦ | V | | ♣ | H |
Ruiten is troef. Zuid is aan slag. Hoe maakt hij alle slagen?
Oplossing Zuid speelt ♠A en troeft een schoppen in de dummy. Nu speelt hij ♥V en die troeft hij af met ♦V (♥B is nu hoog). West zit in een uiterst merkwaardige positie. Hij moet nog bijspelen in deze (derde) slag en kan geen kaart missen. Hij zit in een driekleurendwang. Als hij niet ondertroeft maar een zwarte kaart afgooit, maakt hij de kaart in die kleur bij zuid hoog: zuid speelt die dan en west zit weer in dwang. Vandaar dat men spreekt van een repeterende driekleurendwang. Laten we dat eens nader bekijken: - Als west in de derde slag ♠V weggooit, is zuids derde schoppen hoog. Zuid speelt die hoge kaart dan en weer zit west klem. Als hij troeft, troeft de dummy over en ♥B is de vijfde slag. Troeft hij niet, dan gooit de dummy ♥B weg en dummy's hoge troef maakt de vijfde en laatste slag. - Als west in de derde slag ♣A weggooit, geldt hetzelfde scenario: zuid speelt de dan hoog geworden ♣H en weer helpt het west niet te troeven of zijn laatste schoppen weg te gooien. - Als west in de derde slag ondertroeft, troeft zuid daarna een van zijn twee overgebleven zwarte kaarten (west heeft ze beide hoger) in dummy en incasseert de vrije ♥B. Nog eens: leg de figuur op tafel met een spel kaarten, zo zijn alle varianten gemakkelijk te bekijken. |