|
Zorgvuldigheid vereist ** |
|
zondag 20 december 2009 07:00 |
| Z/OW | ♠ | A 3 | | | | ♥ | H 5 | | ♦ | V 9 4 3 2 | | ♣ | H 10 3 2 | | | |  | | | | | | | | | | ♠ | H 6 | | | ♥ | V 7 6 4 | | ♦ | H B 5 | | ♣ | A V B 6 |
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| - | - | - | 1SA | | pas | 3SA | pas | pas | | pas | | | |
West komt uit met ♠V. Hoe moet zuid spelen?
Oplossing De leider telt zes vaste slagen en kan er minstens twee in ruiten ontwikkelen. Als de ruitenkleur 3-2 zit, is er geen vuiltje aan de lucht want dan kan hij vier ruitenslagen ontwikkelen, waarbij hij maar een keer van slag hoeft. Bij een slecht ruitenzitsel dreigt er echter gevaar: als de leider twee keer met die kleur van slag zou gaan, maakt de tegenpartij ook minstens drie schoppenslagen. De leider kan zich tegen een aantal slechte ruitenzitsels wapenen, namelijk: 1. ♦A sec bij west: de leider moet dan met ♦5 uit de hand beginnen en ontwikkelt zo zelfs vier ruitenslagen: een overslag. 2. ♦A sec, vierde of vijfde bij oost: de leider moet dan twee keer (bij ♦A sec in oost volstaat een keer) een kleine ruiten van tafel spelen. Oost kan niet 'opstappen' omdat zuid dan vier ruitenslagen zou maken. Na zo twee ruitenslagen te hebben gemaakt zonder van slag te zijn gegaan, ontwikkelt de leider dan een harten als negende slag. Geval 1 betreft één 4-1 zitsel. Geval 2 betreft vijf 4-1 zitsels (west kan vier verschillende kleine singletons ruiten hebben) en één 5-0 zitsel. Geval 2 is dus veel kansrijker en daar gaat de leider zich dan ook tegen wapenen: | Z/OW | ♠ | A 3 | | | | ♥ | H 5 | | ♦ | V 9 4 3 2 | | ♣ | H 10 3 2 | | ♠ | V B 10 9 8 |  | ♠ | 7 5 4 2 | | ♥ | A 10 8 3 | ♥ | B 9 2 | | ♦ | 6 | ♦ | A 10 8 7 | | ♣ | 9 7 5 | ♣ | 8 4 | | | ♠ | H 6 | | | ♥ | V 7 6 4 | | ♦ | H B 5 | | ♣ | A V B 6 |
Hij neemt de start op tafel met ♠A en speelt ♦2 naar ♦B. Zou west nemen (anders dan hier), dan zal de kleur 3-2 moeten zitten. Maar hier houdt ♦B. De leider speelt nu niet lui ♦H na want dan is hij hier down: oost neemt en speelt schoppen: zuid heeft pas acht slagen en verliest er vijf als hij van slag gaat. Hij steekt dus over naar ♣10 en speelt ♦3. Als oost zou opstappen met ♦A, zou zuid een overslag maken, dus een goede oost duikt. Zuid maakt dus ♦H en heeft zijn schoppendekking nog. Zou west (anders dan hier) weer ruiten bekennen, dan ontwikkelt de leider natuurlijk gewoon de rest van de ruitens. Maar hier ziet hij west niet bekennen. Hij heeft echter al twee ruitenslagen gemaakt en ontwikkelt nu veilig een harten als negende slag. |