| Minipuzzel (29) ** |
| donderdag 29 september 2011 07:00 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Een minipuzzeltje als het onderstaande, met alle kaarten open, heeft twee doelen. Het eerste is het plezier van het oplossen, het tweede het geven van inzicht in speelfiguren.
We spelen SA. Zuid is aan slag. Hoe maakt hij alle slagen? Oplossing Leg de figuur op tafel met een spel kaarten, zo zijn alle varianten gemakkelijk te bekijken. Zuid telt vier slagen: ♠A, ♥A en twee ruitenslagen. De vijfde slag moet uit een dwangpositie komen. Zuid begint met ♦A en speelt ♦2 na. West is de enige die de tweede slag in harten van de dummy tegenhoudt en moet dus noodgedwongen een schoppen laten gaan. De dummy gooit ♥2 weg. Oost gooit een schoppen weg want hij moet ♣A vasthouden.. Nu steekt de leider over naar ♥A en oost zit in dwang. Hij is inmiddels de enige die de schoppenkleur tegenhoudt en hij moet ook ♣A vasthouden. Dat gaat niet allebei. Als oost op ♥A, ♣A weggooit is ♣2 van de dummy de vijfde slag, gooit hij nog een schoppen weg dan maakt zuid de laatste twee slagen met ♠A en ♠5. Bekijk dit mechanisme goed. Het lijkt ingewikkelder dan het is. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

