| O/OW | ♠ | A V B | | | | ♥ | 8 2 | | ♦ | H B 10 6 | | ♣ | 6 5 4 3 | | | |  | | | | | | | | | | ♠ | 6 5 | | | ♥ | A 7 6 | | ♦ | V 9 8 5 4
| | ♣ | A H V |
| West | Noord | Oost | Zuid |
|---|
| — | — | — | 1SA | | pas | 3SA | pas | pas | | pas | | | |
West komt uit met ♠2 (eerste, derde, vijfde, dus oneven aantal). Hoe speelt zuid veilig af?
Oplossing Zuid telt vijf vaste slagen: ♠A , ♥A en ♣AHV. Hij kan probleemloos vier ruitenslagen ontwikkelen voor negen slagen. Het enige gevaar is dat de tegenpartij eerder vijf slagen heeft dan zuid negen…
| O/OW | ♠ | A V B | | | | ♥ | 8 2 | | ♦ | H B 10 6 | | ♣ | 6 5 4 3 | | ♠ | 10 8 7 3 2
|  | ♠ | H 9 4 | | ♥ | 10 5 4 3 | ♥ | H V B 9 | | ♦ | A 2 | ♦ | 7 3 | | ♣ | 8 7 | ♣ | B 10 9 2 | | | ♠ | 6 5 | | | ♥ | A 7 6 | | ♦ | V 9 8 5 4 | | ♣ | A H V |
In viertallen (IMP-telling) ligt de zaak duidelijk. Zuid mag niet de schoppensnit riskeren, want als die mislukt en oost harten naspeelt, is hij down. Dus: zuid neemt de start met ♠A en speelt ruiten na voor negen zekere slagen. ♠VB samen vormen immers nog een stop. In paren (MP-telling) ligt de zaak genuanceerder. Zo maar een mogelijke overslag opgeven kan daar rampzalig zijn. 'Kán': de leider is afhankelijk van wat 'het veld' doet (zijn collega-zuidspelers), dat maakt 'paren' zo moeilijk te beoordelen. Mogelijkheid 1: Het gros van de leiders snijdt, tuk op twee of zelfs drie (klaveren 3-3) overslagen. Het risico is te overzien, want west zal normaliter van een lange schoppenkleur uitkomen en omdat hij een oneven aantal aangeeft, zal dat meestal een vijfkaart zijn. In dat geval is de kans 5/8 dat hij ♠H heeft. En mocht de snit toch mislukken, dan is het niet zéker dat oost harten switcht. En als hij harten switcht, kan zuid twee keer ophouden en hopen dat west hoogstens drie hartens heeft én ♦A (het zal duidelijk zijn waarom...). - Bij het gegeven zitsel zouden deze leiders downgaan. Dat zal geen rampzalige score opleveren, het overkomt immers veel leiders, namen we aan. Een lage middenscore is dus te verwachten. - Als de snit geslaagd was, zou dat een hoge middenscore hebben opgeleverd. Conclusie: 'meespelen met het veld' (doen wat de meeste collega's doen) levert geen extreme score op. - Een leider die de snit niet neemt (we nemen nog steeds aan dat de meeste leiders het wel doen), gokt in feite op een top of nul. Bij het gegeven zitsel, wordt het dan een (bijna) top, maar met ♠H goed, wordt het een bijna nul. Mogelijkheid 2: Het gros van de leiders snijdt niet. Een leider die ook niet snijdt, 'speelt dan mee met het veld': als ♠H mis zit, wordt het een hoge middenscore, met ♠H goed een lage. Een leider die wél snijdt, is op weg naar een (bijna) top met ♠H goed en een (bijna) nul met ♠H fout. De eerste hamvraag: wat zál het veld doen? De ervaring wijst uit dat duidelijk meer dan de helft van de leiders geneigd is te snijden in fifty-fifty situaties. In dit geval is snijden vermoedelijk het beste, omdat de snijders bij het mislukken van de snit nog een aardige kans hebben alsnog 'gelijk te spelen' (negen slagen) met de niet-snijders, namelijk als óf oost verzuimt harten te switchen óf als oost vijf hartens heeft, west ♦A heeft en de klaverenkleur niet rond zit.
De tweede hamvraag: kan zuid het beste met het veld meespelen of niet? Daarop is geen eenduidig antwoord te geven. Wie tot dan toe slecht heeft gescoord, zal wel gokken op een top, aan een middenscore heeft hij niet veel. Wie goed gaat, zal met het veld meespelen. En dan nemen we maar aan dat de betreffende speler enig idee heeft van wat het veld doet (dat kan best in een heel ander contract zitten, ook daar moet hij rekening mee houden).
Tot slot: ook de uitkomstafspraken van OW spelen een rol. Stel dat west met ♠8 was uitgekomen en OW spelen 'kleintje-plaatje': dan is snijden ook in paren natuurlijk fout. Na een ♠2 'kleintje-plaatje' uitkomst, is snijden logisch maar zelfs dan kan het nog misgaan: veel paren vinden namelijk de tien óók een honneur... Je hoort vaak: 'Paren is een raar spelletje.' Die uitspraak zal na het bovenstaande duidelijk zijn. |