|
We schrijven november 1963. Bij de Amerikaanse kwalificatiewedstrijden voor het WK paren kwam het volgende spel voor: Z/Allen
| ♠ | V 8 | | | | ♥ | 10 6 3 | | ♦ | A V B 9 6 | | ♣ | A V 4 | | ♠ | 5 4 3 |  | ♠ | B 10 7 2 | | ♥ | A 8 5 | ♥ | H V 7 4 | | ♦ | H 5 3 2 | ♦ | 10 8 7 | | ♣ | 10 5 2 | ♣ | 7 6 | | | ♠ | A H 9 6 | | | ♥ | B 9 2 | | ♦ | 4 | | ♣ | H B 9 8 3 |
Onderstaande twee zeer vermaarde paren speelden tegen elkaar: Victor Mitchell-Sam (2♣) Stayman waren OW en B.J. (Boris Joris?) Becker-Dorothy Hayden waren ZN (B.J. wordt altijd beschreven als B. Jay; meer informatie over zijn voornamen is niet te vinden -Red. Bridgevaria).
NZ hebben samen 27 punten en hoewel een hartenstop ontbreekt, is 3SA de enige maakbare manche. Maar hoe dit contract te bereiken? Om daar achter te komen heb ik twee Nijmeegse paren de NZ-handen gegeven: Vincent Kroes-Jeroen Top en Marjo Chorus-Piet van Zutphen. Laten we hun biedverlopen eens vergelijken met die van de oude sterren:
| Noord | Zuid |
|---|
| Hayden | Becker | | | -
| 1♣ | | | | 1♦ | 1♠ | | | | 3♣ | 4♣ | | | | 4♠ | 6♣ | | | | pas | | | |
| Noord | Zuid |
|---|
| Top | Kroes | | | | - | 1♣ | | | | 1♦ | 1♠ | | | | 2♥ | 3♣ | | | | 3♥ | 3SA | | | pas
| | | |
| Noord | Zuid |
|---|
Chorus
| vZutphen | | | -
| 1♣ | | | | 1♦ | 1♠ | | | | 2♥ | 2SA | | | | 3SA | pas | | |
De biedserie van Kroes-Top lijkt mij de ideale ('Natuurlijk! Uiteraard! Vanzelfsprekend!', zullen ze zelf beweren). Na 2♥ (vierde kleur conventie) geeft Kroes met 3♣ zijn nog niet beloofde lengte in klaveren aan. Het bod ontkent normaliter een hartendekking (een uitzondering: met overwaarde en minstens zes klaveren kan zuid ook zo bieden met een hartenstop, hij geeft die dan later aan; 3♣ is namelijk forcing). Als Top daarna nog eens 'vierdekleurt', biedt Kroes 3SA met zijn halve hartenstop. What else? Van Zutphen verkiest het op 2♥ direct 2SA te bieden, een redelijk alternatief. Chorus gelooft na 2SA (bij hen een minimum) niet meer in slem en biedt het contract: 3SA. U ziet het. Met behulp van de vierde kleur conventie brengen de Nijmegenaren dit spel probleemloos tot een goed einde. Dit in tegenstelling tot Becker-Hayden, die in een slem komen met drie topslagen weg. Hoe kon dat nu? Na het 3♣-bod op een driekaart (blijkbaar forcing) bood Becker een natuurlijke 4♣. Tenminste, dat dacht hij. 4♣ vroeg echter volgens het systeem van Becker-Hayden azen (een overigens af te raden conventie). Dat was Becker dus even vergeten. Hayden niet want ze gaf met 4♠ haar twee azen aan. Becker dacht nu dat Hayden een sterke hand had (klopt!) met (enige) lengte in de drie door haar geboden kleuren ruiten, klaveren en schoppen (klopt niet!!) en dus een singleton harten. Dat vond hij zulk goed nieuws dat hij terstond het klaverenslem bood. De man van de bekendste conventie ter wereld had een doosje matchpunten kunnen binnenhalen door met harten te starten. Maar natuurlijk kon hij niet verzinnen dat een zo gerenommeerd paar in een dergelijk slem terecht kon komen, dus startte hij met een kleine ruiten.
Het is nog steeds niet te zien hoe Becker het slem kon maken want hij moest het aantal van vier verliesslagen (drie hartens en een schoppen) zien terug te brengen tot één. Nu kan ik u verklappen dat de sterren van toen misschien niet bijzonder goed boden maar dat met het afspel niks mis was. Let maar eens op. Allereerst moest Becker beslissen wie ♦H had. Hij kon 'gewoon' snijden (over west) of een 'troefsnit' over oost op die kaart nemen. Er waren twee redenen voor een directe snit: 1 Topspelers komen tegen klein slem vaak onder een heer of vrouw uit. 2 Als west ♦H-derde heeft, maakt de leider het slem direct na zo'n gewone snit op ♦H: ruiten naar ♦B, ♦A, ruiten getroefd en de heer valt. ♦V-klein worden dan twee winners en de leider maakt vier ruitenslagen en kan dus drie verliezers opruimen. Spelen op ♦H-derde in oost levert niks op: zuid kan dan uiteindelijk maar twee verliezers opruimen. Becker legde dus ♦B in de dummy die hield. Hij gooide een harten weg op ♦A en troefde een ruiten. ♦H viel helaas niet. Becker stak over naar ♣A en troefde nog een ruiten. Oost had geen ruiten meer en moest de vierkaart schoppen vasthouden. Hij gooide daarom een harten weg. De positie was na vijf slagen als volgt: | | ♠ | V 8 | | | | ♥ | 10 6 3 | | ♦ | V | | ♣ | V 4 | | ♠ | 5 4 3 |  | ♠ | B 10 7 2 | | ♥ | A 8 5 | ♥ | H V 7 | | ♦ | - | ♦ | - | | ♣ | 10 5 | ♣ | 7 | | | ♠ | A H 9 6 | | | ♥ | B 9 | | ♦ | - | | ♣ | H B |
Er lag inmiddels een vrije ruiten in de dummy, maar Becker had nog drie verliesslagen. Hij kon wel drie keer schoppen spelen en de vierde schoppen hoog troeven in de dummy maar dan zou hij na het troeftrekken geen entree meer hebben in de dummy om de vrije ♦V te bereiken (♦V eerder spelen kan natuurlijk ook niet omdat west of oost aftroeft). Hij trok dus twee keer troef (oost harten weg) en speelde een schoppen naar de vrouw. Becker incasseerde nu de vrijgeworstelde ♦V, waar oost weer een harten (inmiddels de vrouw) op moest afgooien. Becker gooide ook een harten af. Wat west wegdeed was niet zo interessant (in de praktijk een kleine schoppen). Vervolgens liet Becker ♠8 uit dummy spelen en we zullen nooit weten wat hij gedaan zou hebben als oost een kleintje had gespeeld want oost legde ♠B in. Dat leek geen kwaad te kunnen want er lag toch geen entree meer in dummy om later op ♠10 te snijden. Becker nam waarna de situatie was: | | ♠ | - | | | | ♥ | 10 6 3 | | ♦ | - | | ♣ | - | | ♠ | - |  | ♠ | 10 7 | | ♥ | A 8 5 | ♥ | H | | ♦ | - | ♦ | -
| | ♣ | - | ♣ | - | | | ♠ | H 9 | | | ♥ | B | | ♦ | - | | ♣ | - |
Met een feilloos gevoel voor de kaarten speelde Becker ♥B na en het was gebeurd. West kon niet nemen met het aas want daar zou de heer van zijn partner onder kukelen: west zou dan dummy de laatste twee slagen moeten brengen. Hij legde dus een kleine harten. Zijn partner kwam nu aan slag met de secce ♥H en moest schoppen spelen. Becker sneed natuurlijk en maakte zo 6♣. Zoals u ziet is het zonder hartenstart echt een dood slem want OW konden hier niets tegen doen. Als we echter het zitsel iets veranderen en bijvoorbeeld noords ♥6 met wests ♥5 (!) verwisselen, dan zou het contract down gegaan zijn. West neemt dan in slag 11 wél met ♥A. Hij 'krokodilt'* daarmee partners ♥H en maakt nog een hartenslag voor ééntje down. Zo zie je maar weer: een gelukje zit vaak in een klein hoekje. * Van Dinteren refereert aan de Crocodile Coup waarbij het noodzakelijk is een hoge kaart te spelen waaronder partners secce plaatje valt om zo te voorkomen dat partner ingegooid wordt.
Voor de liefhebbers: de dwangpositie die hier optreedt, is door Terence Reese ooit 'Winkle' gedoopt (to winkle=lospeuteren) -Red. |