| Waarom bridge ik? |
| vrijdag 12 februari 2010 07:00 |
|
Wat maakt bridgen nou eigenlijk zo leuk? Een ding is zeker: niet alleen het spelletje. De 'dingen eromheen' spelen een belangrijke rol. En voor niet-toppers? De sociale contacten! De bridgeclub is een perfecte plek om nieuwe contacten op te doen, de gezelligheid beleven van het spelen van hetzelfde spelletje met veel mensen tegelijk. Maar ook daar is natuurlijk belangrijk: het winnen. Minder geld, minder roem, maar wél belangrijk. Ik zei eerder: 'niet alleen het spelletje'. Dat betekent natuurlijk niet dat het spel niet belangrijk is. Integendeel. Het plezier dat ik aan bridge beleef, is enorm groot. Het probleem is echter dat je door heel veel 'grijs' heen moet om dat ene pareltje tegen te komen. Dat ene fraaie bod, die ene geweldige kaart in het tegenspel, dat ene fraai uitgedachte en bekwaam uitgevoerde speelplan. Die pareltjes worden echter afgewisseld door veel spellen waarin eigenlijk niets aan de hand is (1SA - 3SA: negen dooie slagen), en waar uit het spel zelf dus niet erg veel voldoening te halen valt. En dan zijn daar natuurlijk ook de spellen waar je simpelweg de fout ingaat... Dat leidde er bij mij toe dat ik – naast het plezier beleven aan het spelletje zelf – ook altijd druk bezig was met andere vormen van pret maken met die kaarten in mijn handen: (flauwe) grappen debiteren, lachen, soms extreme biedingen doen 'om te kijken hoe het uitpakt' en meer van dat soort dingen. Nu kun je zoiets in de ene soort omgeving natuurlijk best doen maar in een andere absoluut niet: een clubavond is bij uitstek geschikt voor dat soort praktijken, een interlandwedstrijd niet. Ik merkte dat hoe meer ik 'opgeslokt' werd door het topbridge (wedstrijden, trainingen, toernooien in binnen- en buitenland), hoe minder tijd er was voor 'plezierbridge'. Ik moest mijn plezier dus halen uit het spel (de techniek zal ik maar zeggen) en uit het winnen. Ik kwam er steeds meer achter dat ik simpelweg niet in de wieg gelegd ben voor dat soort bridge. Ik ging eigenlijk mijn clubavond steeds meer missen, die ik uit tijdnood had moeten laten schieten. Het 'gezellig een kaartje leggen' zal ik maar zeggen. Het is een paradox eigenlijk, want bridge is het leukst als je tegen sterke tegenstanders speelt. Dat is de leukste krachtmeting. Toch moest ik steeds dieper zuchten voor ik naar een Meesterklasse- of internationale wedstrijd ging. Steriel bridge met schermen, je ziet je partner vrijwel de hele dag niet, de ene tegenstander nog chagrijniger dan de andere (oké, oké, dit is een generalisatie, er waren natuurlijk ook meer types zoals ik). Vaak dacht ik: 'wat doe ik hier'. Zo speelde ik eens in de Meesterklasse viertallen. Ging mijn mobiel af. Het was Gerard, teamgenoot in ons zesmansteam, die deze zitting niet speelde. Hoe het ging... Ik ben er dan ook helemaal mee gestopt. |

