|
Plezier in bridge is in mijn ogen nauw verbonden met de gedragscode die aan de bridgetafel geldt, dan wel zou moeten gelden. Ik heb duidelijke ideeën over hoe een bridgespeler zich aan tafel zou moeten gedragen. In theorie zijn de meeste spelers het wel met me eens, maar in praktijk gaat het toch vaak anders...
Bridge geeft gemakkelijk aanleiding tot conflicten tussen partners (over conflicten met tegenstanders heb ik het hier maar even niet). Logisch, elk spel weer moet je immers samen problemen zien op te lossen, vaak erg lastige. Meestal echter krijgt een van de twee een moeilijker puzzel op zijn bordje dan de ander. Eerstgenoemde heeft dan bepaalde informatie niet, die zijn partner wél heeft. Zo hebt u zeker wel eens in een situatie als de volgende verkeerd: u zit te wachten op partner die een kaart na moet spelen. Het is volkomen duidelijk dat hij een klavertje na moet spelen. U zit met een vork achter de dummy te wachten, maakt uw twee slagen en het contract is down. Klaar af uit, eitje, volgende spel. Duidelijker dan dit zal het niet snel worden. Toch duurt het nu al enige tijd. Waar wacht die partner toch op? U begint haast ongeduldig te worden. Waarom moet dat zolang duren? Leg nou gewoon dat klavertje op tafel, dan kunnen we daarna verder met het volgende spel... Het duurt nog langer. Uw ongeduld slaat om in een angstig voorgevoel. Hij zal toch geen harten naspelen? Na nog een eindeloos lijkende denkpauze trekt partner eindelijk een kaart uit zijn hand. U durft bijna niet te kijken en als u dat uiteindelijk toch doet, ligt daar ♥7 te glimmen op tafel. De leider neemt de slag en claimt zijn contract. 'Hoe kun je nou harten naspelen?!' is vaak uw instinctieve reactie. Meestal met een haast gewonde klank in uw stem (u hebt immers wat af zitten lijden tijdens partner langdurige denkpauze). Vaak laat u er dan ook nog op volgen: 'Ik zat met aas-vrouw van klaveren achter de heer!' Partner wordt natuurlijk niet vrolijk van deze informatie. Hij heeft net een contract laten maken nadat hij diep heeft nagedacht over zijn naspel. Dat op zich is voor hem al reden genoeg om enigszins uit zijn humeur te raken. Vervolgens blijkt hij zijn partner ook nog eens ernstig teleurgesteld te hebben, wat die duidelijk laat blijken. En uiteindelijk krijgt hij ook nog bridgeles: 'Ik gooide mijn ruitens toch zo bij dat ik voorkeur voor klaveren gaf?' Al met al bijna reden genoeg om maar weer lid te worden van de pingpong club en bridge op te geven. Maar wat is er nou helemaal gebeurd? Niet zoveel eigenlijk. Partner heeft de verkeerde kaart nagespeeld. Iets wat hij al eerder gedaan heeft en nog vele malen gaat doen als hij bridge speelt. U ook trouwens. Dat zit nou eenmaal in het spelletje ingebakken. De ene keer kan hij het simpelweg niet zien, de andere keer heeft hij uw signaal niet goed geïnterpreteerd en weer een andere keer hebt u niet duidelijk genoeg gesignaleerd. En dan is er ook nog de mogelijkheid dat hij wel degelijk zijn beste kans heeft genomen, een kans die u helemaal niet gezien had in uw fixatie op die gewenste klaverennakomst. Alleen kwam die beste kans niet uit ('operatie geslaagd, patiënt overleden')... Het maakt achteraf allemaal niets uit. Het gaat nu even om de manier waarop u hier mee omgaat. Mijn advies: Begin na een 'ramp' nooit met: 'Je had...' of 'Kon je niet...' Maar altijd met: 'Had ik misschien beter...?' U merkt dan meteen een ontspanning op in de discussie. U suggereert dat u wellicht iets beter had kunnen doen en meestal doet partner dat dan ook. Het gaat erom dat er altijd spellen misgaan in bridge. Daar goed mee omgaan is een kunst op zich en vrijwel elk partnership kan een hoop ergernis vermijden als beide spelers daar goed over nadenken. Probeer in eerste instantie niet een 'schuldvraag' op tafel te leggen. Veel partnerships doen dat namelijk wel. Het mooiste voorbeeld daarvan overkwam ons op een clubavond. Ik kwam tegen 4♥ geïnspireerd uit met een aas van een vijfkaart, zonder dat ik de heer had. Ik speelde de kleur na en partner troefde. Hij speelde klaveren na voor mijn aas en kreeg nog een aftroever. Wij hadden de eerste vier slagen en de leider daarna de rest. Een down. De dummy griste het scorebriefje uit het board en zag dat ze een nul had op het spel. Haar brein werkte razendsnel. 'Je had...je had...je had natuurlijk eerst troef moeten trekken!' Nu nog kan ik me de wanhopige uitdrukking op het gezicht van de leider haarscherp voor de geest halen. |